Mattheüs 24

De tekenen van de terugkomst van Jezus:

Jezus vertelde zijn eerste eeuw discipelen over de geprofeteerde beëindiging van het oude verbondsvolk Israel, over gebeurtenissen die in hun nabije toekomst zouden plaatsvinden…..

  1. Jezus ging (zojuist) de (eerste eeuw Hebreeuwse door Herodes gemaakte) tempel uit en vertrok. En zijn (eerste eeuw) discipelen kwamen tot Hem om Hem te wijzen op de gebouwen van de tempel (waar ze naar keken).
  2. En Hij antwoordde hen (zijn eerste eeuw discipelen) en zeide tot hen, “Ziet gij dit alles niet (nu, met je eigen ogen)? Voorwaar, Ik zeg u (mijn eerste eeuw discipelen), er zal hier (in het eerste eeuw Jeruzalem) geen (tempel)steen op de andere gelaten worden, die niet zal worden afgebroken (gebeurde op 10 Augustus in het jaar 70 jaar na Christus).”
  3. Toen Hij op de Olijfberg gezeten was (later die dag), kwamen zijn discipelen alleen tot Hem en zeiden: zeg ons, wanneer zal dat geschieden (de stenen van de tempel die afgebroken zouden worden etc.), en wat is het teken van uw komst (in oordeel) en van de voleinding van de wereld (oude verbondssysteem)? ( daarom moest de Hebreeuwse tempel worden vernietigd – de wet, het priesterschap, de offeranden, de feesten, etc.)”
  4. En Jezus antwoordde en zeide tot hen, “zie toe, dat niemand u verleide! (de eerste eeuw discipelen – hoe konden ZIJ “DAT ZIEN” als Jezus niet direct tot HUN sprak??).
  5. Want velen zullen komen onder mijn naam en zeggen: ‘Ik ben de Christus’, en zij zullen velen verleiden (vervuld – zie in Handelingen 5:36; 8:9; 2 Petrus 2; 1 Johannes 17:18,19).
  6. Ook zult gij horen van oorlogen en van geruchten van oorlogen. Ziet toe, weest niet verontrust; want dat moet geschieden, maar het einde is het nog niet (er is maar één einde, de verwoesting van de tempel – de Mozaische eeuw).
  7. Want volk zal opstaan tegen volk, en koninkrijk tegen koninkrijk, en er zullen nu hier, dan daar, hongersnoden en aardbevingen zijn (vervuld – Handelingen 11:28; 16:26; –  er waren vele gedocumenteerde  aardbevingen in die tijd in die gebieden – Babylon, Smyrna, Greece, Loadicea, Kreta, Miletos, Samos, Rome, Judea etc. – zie Josephus boek “De Joodse Oorlog” en Philips Schaff’s “De Historie van de kerk).
  8. Doch dat alles is het begin der weeën (de weeën van de geboorte van een nieuwe verbondsgemeente en de dood van het oude verbondsvolk).
  9. Dan zullen zij u overleveren aan verdrukking en zij zullen u doden, en gij zult door alle volken gehaat worden om mijn Naams wil (vervuld – Romeinen 5:3; 8:35; 12:12; Efeziërs 3:13; 1 Tessalonicenzen 1:6; Hebreeën 10:33; Openbaring 1:9; 2:9).
  10. En dan zullen velen ten val komen en zij zullen elkander overleveren en elkander haten (vervuld – Handelingen 4:3; 17; 5:40; 7:54-60; 8:1; 9:1; 12:1-3; 14:19; 26:6; 2 Tessalonicenzen 2; 1 Johannes 2:11).
  11. En vele valse profeten zullen opstaan en velen zullen zij verleiden (1 Petrus 2:1 ev).
  12. En omdat de wetsverachting toeneemt, zal de liefde van de meesten verkillen (2 Timoteüs 1:15; 4:10, 16; 1 Johannes 2:17 e.v.).
  13. Maar wie volhardt tot het einde (er is maar één einde, de verwoesting van de tempel – de Mozaische eeuw), die zal behouden worden.
  14. En dit evangelie van het Koninkrijk zal in de gehele wereld (“wereld” = “wereld van Judaïsme”, zie Lucas 2:1-3; Johannes 12:19; 18:20) gepredikt worden tot een getuigenis voor alle volken (zoals verspreid was door heel het oude Romeinse Rijk – Romeinen 1:8; 10:18; Kolossenzen 1:6, 23; Handelingen 11:28 etc.), en dan zal het einde gekomen zijn (is maar één einde, de verwoesting van de tempel – de Mozaische eeuw – de Joden (Gods verbondsvolk) kregen de kans om Jezus aan te nemen als hun Messias, voor de definitieve verwoesting van het oude verbondssysteem).
  15. Wanneer gij (mijn eerste eeuw discipelen) dan de gruwel der verwoesting (Lucas 21:20), waarvan door de profeet Daniël gesproken is, op de heilige plaats ziet staan (met je eigen ogen) – wie het leest, geve er acht op (begrijpt het) – laten dan wie in Judea zijn,
  16.  vluchten naar de bergen (Zacharia 14:5). ( In Lucas 21 vertelt Jezus zijn discipelen dat ze moeten “vluchten naar de bergen” wanneer zij de Romeinse legers Jeruzalem zien omsingelen – dit is de gruwel der verwoesting waar Daniël over sprak in Daniël 9:27 – Daniël zei dat het einde zou komen op het tijdstip dat het vierde beest over Israel zou heersen (voorstellende het oude Rome) – en dat was de reden waarom Jezus zijn eerste eeuw discipelen vertelde dat het einde nabij was, precies zoals Daniël voorspeld had).
  17. Wie (op dat tijdstip) op het dak is (een oud Palestijns gebruik en architectuur), ga niet naar beneden om zijn huisraad mede te nemen,
  18. en wie in het veld is (vroegere agrarische samenleving), kere niet terug om zijn kleed (kleding uit die tijd) mede te nemen.
  19. Wee de zwangeren en de zogenden in die dagen.
  20. Bidt (mijn eerste eeuw discipelen), dat uw vlucht niet in de winter valle en niet op een sabbat (een oud Joods gebruik – de joden in die tijd mochten niet op de sabbat reizen – ze waren bang dat de autoriteiten hun tegen hielden om te “vluchten”).
  21. Want er zal dan een grote verdrukking zijn (de gebeurtenissen in het boek Openbaring), zoals die niet geweest is van het begin van de (Hebreeuwse) wereld tot nu toe (die tijd) en ook nooit meer wezen zal (omdat de Joodse natie – als Gods verbondsvolk – zou ophouden te bestaan).
  22. En indien die dagen niet ingekort werden, zou geen (Hebreeuws) vlees behouden worden; doch ter wille van de uitverkorenen (de christenen – de geredden) zullen die dagen worden ingekort (gelimiteerd in aantal – 1 Korintiërs 7:29-30; Openbaring 11:1 ev).
  23. Indien (in die tijd) dan iemand tot u (de eerste eeuw discipelen) zegt: zie, hier is de Christus, of: hier, gelooft het niet (Jezus zei niet , “let op, Ik spreek niet tot jullie discipelen die op dit moment naar mij luisteren – maar ik spreek over de mensen die over een paar duizend jaar in Palestina zullen leven – jullie zijn er dan al lang niet meer  – dus schrijf dit op zodat anderen er profijt van zullen hebben. Dit klopt natuurlijk niet, Hij beantwoord hun directe vragen m.b.t. tot het einde).
  24. Want er zullen valse christussen en valse profeten opstaan en zij zullen grote tekenen en wonderen doen (vervuld – Handelingen 5:37; 21:38), zodat zij, ware het mogelijk, ook de uitverkorenen (geredde Joden – valse Messiassen zouden de heidenen (de Grieken, Romeinen, Babyloniërs etc.) niet verleiden, want zij hadden niets op met de Joodse religie).
  25. Zie, Ik heb het u voorzegd (waar zouden de eerste eeuw Joodse discipelen zich druk om maken als Jezus hun van te voren zou waarschuwen over eindtijd gebeurtenissen die helemaal niet voor hun bedoeld waren? Jezus sprak natuurlijk tegen hun, “Ik heb het je nu verteld, dus bereid je voor.” Het ging over een einde die hen zou overkomen – niet ons). Merk op, dat Jezus Zijn komst associeert met dode lichamen en verwoestingen (oorlogen, hongersnoden, aardbevingen etc. – zie Openbaring 6)!
  26. Indien men dan tot u (mijn eerste eeuw discipelen) zegt: zie: Hij is in de woestijn (Hij is gekomen), ga er niet heen; zie, Hij is in de binnenkamer (van de tempel), gelooft het niet.
  27. Want gelijk de bliksem komt van het oosten en licht tot het westen, zo zal de komst van de Zoon des mensen zijn (het zal overduidelijk zijn – Openbaring 11:19).
  28. Waar het aas is (het dode volk Israel), daar zullen de arenden (het symbool van het Romeinse leger was een arend) zich vergaderen (ze verslinden).
  29. Terstond na de verdrukking (christenen en Joodse vervolging) dier dagen (40 jaar later) zal de zon verduisterd worden en de maan zal haar glans niet geven en de sterren  (beeld van Israel, zie de droom van Jozef, Genesis 37:9-10) zullen van de hemel vallen (Israel als Gods verbondsvolk – zal eens en voor altijd verdelgd worden – zie Deuteronomium 32:19 ev) en de machten van de hemelen zullen wankelen (op dezelfde manier zoals God ook het oude Babylon verwoeste – Jesaja 13:1-11; en Egypte – Jesaja 19:1 ev etc.).
  30. En dan zal het teken (indicatie) van de Zoon des mensen (de bekrachtiging van het nieuwe verbondskoninkrijk – Daniël 7) verschijnen in de hemel (kijk wat er plaats vindt “in de hemel” in de tijd van Daniël 7) en dan zullen alle (12 Hebreeuwse) stammen van de aarde (heilige land) zich op de borst slaan (omdat ze de Messias hebben afgewezen) en zij (en niemand anders) zullen de Zoon des mensen zien komen op de wolken des hemels, met grote macht en heerlijkheid (Daniël 7:13-14; Zacharia 12:10; Mattheüs 26:64; – de eerste eeuw Hebreeuwse Hogepriester zou deze gebeurtenis zien – dit was de vervulling van een oude Hebreeuwse profetie – dat betrof de oude natie Israel, aan het einde van zijn wettische verbondssysteem, het einde van het Judaïsme).
  31. En Hij zal zijn engelen uitzenden met luid bazuingeschal en zij zullen Zijn (Joodse) uitverkorenen verzamelen (opname – daarom vluchten ze naar de bergen van Perea – Mattheüs 24:16) uit de vier windstreken (oud testamentische uitdrukking voor het beloofde land van Israel), van het ene uiterste van de hemelen tot het andere (zie Daniël 12).
  32. Leert dan van de vijgeboom deze les: wanneer zijn hout reeds week wordt en de bladeren doet uitspruiten, weet gij daaraan, dat de zomer nabij is (in de dezelfde versie van de gelijkenis in Lucas zegt Jezus, “let op de vijgeboom en al de bomen” – in meervoud dus. Jezus bedoeld meer de eigenschappen van de bomen dan dat Hij doelde op het opnieuw ontstaan van de staat Israel in 1948 – als Hij dat wel zou bedoelen – dan zouden er een veelvoud aan Israëls “bomen” moet zijn. Daarnaast, het huidige Israel is ver verwijdert van de 12 verbondsstammen – die door God verworpen zijn als Zijn representatieve volk en verwoest in de eerste eeuw (Mattheüs 21:43).
  33. Zo moet ook gij (mijn eerste eeuw discipelen), wanneer gij dit (wat ik zojuist allemaal gezegd heb, inclusief de komst van de Zoon des mensen, om de uitverkorenen van Israel te redden van de toekomstige goddelijke toorn)  alles (niet gedeeltelijk) ziet (met je eigen ogen), (dan moet je) weten, dat het nabij is, voor de deur (vervuld – Jacobus 5:9).
  34. Voorwaar, Ik zeg u (God liegt niet), dit (huidige) geslacht (van de Israëlieten – Mattheüs 11:16; 12:41-45; 23:36; Handelingen 2:40; Hebreeën 3:10) zal geenszins voorbij gaan (eindigen), voordat DIT ALLES geschiedt.
  35. De hemel en aarde zullen voorbijgaan, maar mijn woorden zullen geenszins voorbij gaan (metaforisch voor het oude verbondssysteem en volk – Jesaja 1:1; 51:15,16; Openbaring 20:11 (oude verbond voorbijgaan); 21:1 (nieuwe verbond gekomen)).
  36. Doch van die (juiste) dag (van 24 uur) en van die ure (60 minuten duur – toen het tempel systeem werd vernietigd etc. – herinner je dat dit de vraag van de discipelen was – Mattheüs 24:3) weet niemand, ook de engelen van de hemel niet, maar de Vader alleen (Markus voegt er aan toe, “ook de Zoon niet”. Jezus, als God, legde al zijn Goddelijke voorrechten af, en één daarvan was zijn alwetendheid).
  37. Want zoals het was in de dagen van Noach, zo zal de komst (in oordeel) van de Zoon des mensen zijn (zoals een lokale vloed van goddelijk oordeel over Gods vijanden – zie Daniël 9:26 – Lucas in zijn versie (Lucas 17:29,30) spreekt van een lokaal oordeel zoals die van Sodom en Gomorra).
  38. Want zoals zij (de generatie van Noach) in die dagen voor de zondvloed (het komende oordeel) waren, etende en drinkende, huwen en ten huwelijk gevende (ze leefden zoals gebruikelijk), tot op de dag (en uur), waarop Noach in de ark ging (niemand dan God wist wanneer dat zou gebeuren),
  39. en zij niets bemerkten (van wat er zou gebeuren), eer de zondvloed kwam EN HEN ALLEN WEGNAM (ze stierven allemaal ), zo zal ook (op dezelfde manier) de komst van de Zoon de mensen zijn (en zo gebeurde het ook).
  40. Dan (ten tijde van het oordeel over het overspelige Israel) zullen er twee in het veld zijn, één zal aangenomen worden (om te werken, als slaaf gevangen genomen door de Romeinen – en zo gebeurde het 70 na Christus) en één zal achtergelaten worden (gedood – zie vers 39);
  41. twee (Hebreeuwse) vrouwen ( herinner je – Jezus sprak deze dingen niet tegen de niet-Joden) zullen aan het malen (koren) zijn met de molen (volgens oud agrarische gebruik), één zal aangenomen worden, en één zal achtergelaten (gedood) worden.
  42. Waakt dan, want gij (mijn eerste eeuw discipelen) weet niet, op welke dag uw Here komt (in oordeel – “net als in de dagen van Noach” – Jezus richtte niet Zijn een eigen menselijke Koninkrijk op, toch? Kijk ook naar het oordeel dat over Sodom en Gomorra kwam).
  43. Maar weet dit (mijn eerste eeuw discipelen): als de heer des huizes geweten had, in welke nachtwaak de dief zou komen, hij zou gewaakt hebben en in zijn huis niet hebben laten inbreken (dus zorg dat je klaar bent).
  44. Daarom, weest ook gij bereid, want op een uur, dat gij het niet verwacht, komt de Zoon des mensen (als een dief – dus vergeet niet voorzorgsmaatregelen te nemen en bereidt je op tijd voor).
  45. Wie is dan (onder jullie) de trouwe en verstandige slaaf, die de heer over zijn dienstvolk (Israel) gesteld heeft om hun op tijd (het is nu de tijd) hun voedsel (het evangelie van de waarheid) te geven?
  46. Zalig de slaaf, die zijn heer bij zijn komst zo bezig zal vinden.
  47. Voorwaar, Ik zeg u (mijn eerste eeuw discipelen), dat hij (de Zoon des mensen) hem over al zijn bezit zal stellen.
  48. Maar als die slaaf slecht was, en in zijn hart zou zeggen:
  49. mijn heer blijft uit (hij komt toch niet), en hij zou beginnen zijn medeslaven (christenen) te slaan (te vervolgen)en met de dronkaards zou eten en drinken (de wettelozen),
  50. Dan zal de heer van die slaaf komen op een dag, dat hij het niet verwacht, en op een uur,
  51. dat hij het niet weet (zoals in de dagen van Noach en Sodom en Gomorra), en hij zal hem folteren (afscheiden – doden met het Romeinse zwaard – zie Mattheüs 25:29-30) en hem in het (Hebreeuwse) lot van de huichelaars (Mattheüs 23) doen delen. Daar zal het geween zijn en het tandengeknars (van oordeel – in het overwonnen Jeruzalem 70 jaar na Christus – het was een nachtmerrie – lees het boek van Josephus “De oorlog van de Joden” voor de bloedige details).

Samenvattend

Jezus sprak maar van één komst (in oordeel) en die vond plaats in het jaar 70 na Christus. Met betrekking tot het oordeel die van Jezus kwam over Jeruzalem, kijk naar wat Jezus zei:

“Zodra gij nu Jeruzalem door legerkampen omsingelt ziet, weet dan, dat zijn verwoesting nabij is. Laten dan die in Judea zijn, vluchten naar de bergen, en die binnen de stad zijn, de wijk nemen, en die op het land zijn, er niet binnengaan, want dit zijn de dagen van vergelding, waarin alles wat geschreven is, in vervulling gaat.” (Lucas 21:22-22)

Jezus zei dat met de verwoesting van Jeruzalem, “alles wat geschreven is, in vervulling gaat”. Alle profetieën waren in het jaar 70 na Christus vervuld. Er is geen toekomstige terugkeer te verwachten en er is geen enkele profetie die nog vervuld moet worden.

Israel had Jezus gekruisigd en in het openbaar riepen hun eigen oordeel over hun uit: “En al het volk antwoordde en zeide: Zijn bloed kome over ons en over onze kinderen!” (Mattheüs 27:25) Gods oordeel over Israel 70 na Christus bevestigde hun misdaad, de kruisiging van Jezus. Deze kruisiging was de ergste misdaad in de geschiedenis, dus hun straf was ook de ergste straf in de geschiedenis. Om aan de “grote verdrukking” een andere invulling te geven, bagatelliseer je deze immense misdaad van die generatie.

De verwoesting van Jeruzalem was veel meer dan de verwoesting van een stad. Jeruzalem en de tempel was het centrum van aanbidding van de ene en waarachtige levende God. Met zijn verwoesting kwam een verbondsverandering definitief tot stand. Gods Koninkrijk was van hun afgenomen, en niet langer zouden de heidenen regeren over het Koninkrijk van God want Zijn Koninkrijk was nu een geestelijk Koninkrijk, niet binnengaan door een fysieke geboorte maar door een geestelijke geboorte. De oude hemel en aarde van het Judaïsme waren vernietigd en de nieuwe hemel en aarde van het Geestelijke Israel werden daar bekrachtigd. Het gaf de “voleinding der eeuwen”, de “laatste  dagen” aan. God had doelbewust de fysieke tempel vernietigd, samen met de genealogische archieven die het nageslacht van Aaron kwalificeerden om als priester te dienen, en de stad Jeruzalem. Het oude systeem van aanbidding was voor altijd voorbij, over en uit.

De verwoesting van Jeruzalem was niet de uitvoering van zo maar een plaatselijk oordeel, het was een verbondsoordeel, let op wat Jezus zei:

 “opdat over u kome al het rechtvaardig bloed, dat vergoten werd op aarde, van het bloed van Abel, de rechtvaardige, tot het bloed van Zacharias, de zoon van Berekja, die gij vermoord hebt tussen het tempelhuis en het altaar. Voorwaar, Ik zeg u: al deze dingen zullen komen over dit geslacht.” (Mattheüs 23:35)

Het oordeel over Jeruzalem was niet zo maar een oordeel, het ging helemaal terug to aan Abel. Het bloed van Abel was gerechtvaardigd door Gods oordeel over Jeruzalem. Het was meer dan de val van  een stad, het was de “voleinding der eeuwen”. En dat is waarom Jezus zei dat er een grote verdrukking zal zijn, zoals er niet geweest is van het begin der wereld tot nu toe en ook nooit meer wezen zal.

Ik vraag je, hoe kan men zeggen dat er in de toekomst een verwoesting van Jeruzalem plaats zal vinden die hetzelfde of nog groter dan die in het jaar 70 na Christus? Jezus zei, dat er zoiets als er geweest is, er nooit meer zal zijn. De grote verdrukking is geweest, ligt achter ons, en is geschiedenis. Met de verwoesting van Jeruzalem kwam de vervulling van alle profetieën. Wij leven in een eeuw van het nieuwe verbond die nooit zal eindigen (Hebreeën 13:20,21), het nieuwe Jeruzalem, de nieuwe hemel en aarde van Openbaring 21 en 22.

“De God nu des vredes, die onze Here Jezus, de grote herder der schapen door het bloed van een eeuwig verbond heeft teruggebracht uit de doden, bevestige u in alle goed, om zijn wil te doen, terwijl Hij aan ons doe, wat in zijn ogen welbehaaglijk is door Jezus Christus. Hem zij de heerlijkheid in alle eeuwigheid” (Hebreeën 13:20,21)