Het Koninkrijk nu

Om vier in de ochtend werd Nebukadnessar wakker, nat van het zweet van een angstige droom die hij had gehad. Hij ontbood alle geleerden, bezweerders en tovenaars en gebood ze om zijn droom te verklaren. Maar de Chaldeeën wilden eerst de droom horen voordat ze hem konden uitleggen, Nebukadnessar weigerde dit en in plaats daarvan zei hij dat hij hen zou vermoorden als ze de droom met uitleg niet konden vertellen. De Chaldeeën antwoorden: “Er is geen mens op de aardbodem die het door de koning gevraagde zaal kunnen te kennen geven….” (Daniël 2:10). Daarop werd de koning zo boos dat hij order gaf om alle wijzen van Babel ter dood te brengen.

Gelukkig was daar Daniël, een van de Hebreeuwse ballingen in Babylon, opgevoed in Babylonische wetenschappen, die ervaren in was allerlei wijsheid en in bezit van veel kennis en inzicht. Uiteindelijk kon hij de koning heel precies de droom met de uitleg bekend maken. De koning had gedroomd over een groot hoog beeld, de glans ervan buitengewoon en de aanblik ervan schrikwekkend. “Het hoofd van dat beeld was van gedegen goud, zijn borst en armen waren van zilver, zijn buik en lendenen van koper, zijn benen van ijzer, zijn voeten deels van ijzer deels van leem” (Daniël 2:32). Terwijl de koning keek naar dit beeld, kwam er een grote steen “zonder toedoen van mensenhanden” naar beneden rollen die beeld trof aan de voeten en het verbrijzelde. En tegelijkertijd werd ook het ijzer, het leem, het koper, het zilver en het goud verbrijzeld en het werd als kaf op de dorsvloer, de wind nam het mee en er werd geen spoor meer van gevonden. De steen echter werd tot een grote berg, die de gehele aarde vulde.”

En terwijl de koning met heel zijn hofhouding luisterden, vertelde Daniël aan Nebukadnessar dat de diverse metalen verschillende koninkrijken voorstelden. Het Babylonische rijk onder Nebukadnessar was de grootste in praal en in kracht, het hoofd van goud. Na hem kwam een ander minderwaardig koninkrijk, de zilveren borst en armen. Een derde koninkrijk, gesymboliseerd door koperen buik en lendenen, zou daarna gaan regeren. Als laatste zou een vierde koninkrijk opstaan, voorgesteld door ijzer, omdat ijzer alles breekt en kapot maakt, en dat is wat ook dit koninkrijk zal doen met alle andere koninkrijken. Het feit dat de voeten en tenen gedeeltelijk van leem en ijzer waren gaf aan dat het laatste koninkrijk een verdeeld koninkrijk zou zijn: het zou de kracht hebben van ijzer en broos als leem. En net zoals je ijzer en leem niet kan mixen, zou het volk van dit koninkrijk geen eenheid vormen.

Gedurende het laatste verdeelde koninkrijk, zou God een koninkrijk vestigen – gesymboliseerd door een steen, zonder toedoen van mensenhanden – dat nooit meer verwoest zou worden of overgaan zou gaan op een ander volk. Het zou alle vorige koninkrijken overwinnen, maar zelf zou het in eeuwigheid niet te gronde gaan (Daniël 2:31-45).

In deze profetische droom, openbaarde God aan Nebukadnessar wat er plaats zou gaan vinden in de toekomst van de originele toehoorders, en niet in onze toekomst. In feite is deze droom in het verleden geheel vervuld.

Uit de droom kunnen we vijf tijdperken halen:

• De Babyloniërs
• De Meden en Perzen
• De Grieken
• De Romeinen
• Het verdeelde Romeinse Rijk (voorgesteld door de tien tenen)

Koning Nebukadnessar was de heerser van het Babylonische koninkrijk. Na hem diende Daniël onder koning Darius de Meder (Daniël 6) en koning Cyrus der Perzen (Daniël 10). Na het koninkrijk van de Meden en Perzen kwam het Griekse koninkrijk en als laatste het Romeinse Rijk, die barbaars de controle overnam van de beschaafde wereld in die dagen.

Het vijfde koninkrijk, in de droom voorgesteld door leem en ijzer, ontstond toen het Romeinse Rijk werd verdeeld in tien provincies onder Keizer Ceasar Augustus, die regeerde van 27 voor Christus tot 14 na Christus. Tijdens de regering van Augustus ontstonden de tien tenen en kwam Jezus als de rots en raakte de tenen van het beeld, in het jaar 3 voor Christus.

Zoals geprofeteerd in deze droom kwam Jezus tijdens het verdeelde Romeinse Rijk en vestigde Hij Zijn Koninkrijk als een rots, dat de gehele aarde zou vullen. Dit is in overeenstemming met andere tekstpassages uit de Bijbel waar Jezus gerefereerd wordt als de “hoeksteen”, en de “steen” die de bouwers afkeurden (Lucas 20:17), zowel als “geestelijke rots” die de Hebreeën volgden in de woestijn ( 1 Korinthiers 10:4). Jezus vertelde ook aan Petrus dat op deze “rots” (de openbaring dat Jezus de Messias was) Hij Zijn gemeente zou bouwen (Mattheus 16:18). Het moge inmiddels duidelijk geworden zijn dat deze “steen” Jezus bedoeld wordt.

Zijn eerste komst

We hebben reeds gezien hoe Daniël 2 profeteerde over Jezus komst op de aarde als een steen die het Romeinse Rijk verbrijzelde en dat het Koninkrijk van Jezus begon te groeien en nog steeds groeit tot op vandaag. Dit leidt natuurlijk tot de vraag: wanneer arriveerde het Koninkrijk van Jezus? was het bij zijn geboorte? Was het toen Hij op dertigjarige leeftijd aan zijn bediening begon? Was het toen Hij stierf aan het kruis? Was het bij de verwoesting van Jeruzalem 70 na Christus?

We hebben gezien dat Keizer Ceasar Augustus (27 VC – 14 NC) het Romeinse Rijk verdeelde in tien provincies, in Daniël 2 voorgesteld door de tien tenen van het beeld. Daniël 2:44 zegt:

“Maar in die dagen van die koningen zal de God des hemels een koninkrijk oprichten, dat in eeuwigheid niet te gronde zal gaan, en waarvan de heerschappij op geen ander volk zal overgaan: het zal al die koninkrijken verbrijzelen en daaraan een einde maken, maar zelf zal het bestaan in eeuwigheid.”

Dus we weten dat de steen, die Jezus en Zijn koninkrijk voorstelt, arriveerde gedurende de regeringsperiode van Augustus 3 jaar voor Christus (de kalender geboorte van Jezus).

Jezus de koning kwam bij zijn geboorte in Bethlehem en Hij bracht zijn Koninkrijk met zich mee. En dan 30 jaar later begon Johannes de Doper te proclameren dat Jezus zeer binnenkort geopenbaard zou worden: “Bekeer je, want het Koninkrijk van God is nabij gekomen” (Mattheus 3:2).

Tijdens de 3½ bediening van Jezus was zijn aanhoudende thema het onderwijs en het demonstreren van hoe het in Zijn Koninkrijk zal zijn. Tijdens het laatste avondmaal stond Jezus op en zei: “Want dit is mijn bloed van het verbond, dat voor velen vergoten wordt tot vergeving van zonden.” Dit was een bevestiging dat Zijn koninkrijk zou worden overgedragen aan zijn volgelingen wanneer zij werden overgeplaatst vanuit het oude verbond in het nieuwe verbond (Mattheus 26:28).

Tijdens zijn sterven aan het kruis verklaarde Hij, “Het is volbracht” (Johannes 19:30). En dat was in de ogen van God het einde van de Mozaïsche eeuw en de inwijding van het Koninkrijk van Jezus door het verwijderen van de noodzaak tot dierenoffers onder het oude verbond. Ofschoon de Joden doorgingen met het uitoefenen van de tempelpraktijken, had het in de ogen van God totaal geen waarde meer, het was eerder een afgodendienst geworden.

Zelfs na Zijn opstanding nam Jezus volop de tijd om zijn discipelen te vertellen over het Koninkrijk dat zijn zojuist hadden geërfd,

“aan wie Hij Zich ook na zijn lijden met vele kentekenen levend heeft vertoond, veertig dagen hun verschijnende en tot hen sprekende over al wat het koninkrijk Gods betreft.” (Handelingen 1:3)

De geboorte van Jezus, Zijn bediening, het laatste avondmaal, Zijn dood, Zijn opstanding en Zijn hemelvaart was allemaal gecentreerd rond het oude verbond en de inwijding van het nieuwe verbond. Jezus is de steen uit Daniël 2 en heeft Zijn koninkrijk gevestigd op aarde. Dit koninkrijk is gegrondvest op het nieuwe verbond van vergeving (Mattheus 26:28; Hebreeën 8:8-12), veelmeer dan het oude verbond met zijn zegen en vloek (Deuteronomium 28).

Jezus verklaarde dat Zijn Koninkrijk was gekomen en zou zijn als het kleinste zaadje en zou uitgroeien tot de grootste boom in de tuin, en dat kwam als een maat zuurdesem dat heel het meel zou doortrekken (Mattheus 13:31-33). Er zijn sommigen die hebben onderwezen dat het Koninkrijk van Jezus ergens in de toekomst zal arriveren en opeens gevestigd zal worden in een complete overheersing, maar Jezus leerde dat Zijn Koninkrijk geleidelijk aan zou worden gevestigd.

Wat Jezus volgens God had voltooid aan het kruis was het verwijderen van de noodzaak van het oude offersysteem. De Vader scheurde het voorhangsel in de tempel van boven naar beneden, verliet de tempel en openbaarde op deze manier dat de ark van het verbond niet meer nodig was en dat het oude verbondssysteem was vervangen door het nieuwe verbond. Echter tussen 30 en 70 na Christus gingen de goddeloze Joden door met offeren in de tempel. Voor God, die zojuist Zijn enige Zoon had gegeven als het perfecte lam, was dit een halsstarrige gruwel in Zijn ogen. De apostel Johannes refereerde naar dezelfde Joden als de synagoge des satans (Openbaring 2:9; 3:9).

Het Koninkrijk kwam met de geboorte van Jezus, was aangekondigd door Johannes de Doper, uitgelegd en gedemonstreerd door Jezus zelf, bevestigd in het verbond van vergeving bij het laatste avondmaal, ingewijd door het beëindigen van het oude verbond op het kruis, doorgegeven aan zijn ambassadeurs vlak voor Zijn hemelvaart en het groeide door heel het boek Handelingen heen en bereikte zo heel de toenmalige beschaafde wereld, voordat de verwoesting van Jeruzalem met de tempel 70 jaar na Christus het oude verbondssysteem definitief verwijderde.

Met het uitoefenen van het verbondsoordeel werd het oude verbond definitief afgesloten en werd het nieuwe verbond, het nieuwe koninkrijk permanent geïnstalleerd, en is het hier al meer dan 2000 jaar, en het is hier en nu, en het groeit en het zal blijven groeien tot in eeuwigheid. (Jesaja 9:6)

“Zie, de tabernakel van God is bij de mensen en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen Zijn volk zijn en God zal zelf bij hen zijn”. (Openbaring 21:3)