De Opname

We gaan eens kijken naar wat de bijbel zegt over de “opname”. De meeste christenen vandaag beschouwen de opname als een ontsnapping aan de “grote verdrukking” die over deze wereld zal komen. Ze geloven dat nu toch wel spoedig (het is altijd spoedig) Jezus fysiek op de wolken zal terugkomen en dat onmiddellijk alle doden zullen opstaan en Hem tegemoet gaan en dat de levende christenen omhoog gaan in de wolken om bij Jezus te zijn. Ze geloven dat de christenen fysiek zullen worden “weggenomen” van deze planeet. Ongetwijfeld heb je wel eens beelden gezien van botsingen van onbemande auto’s, vliegtuigen die neerstorten en lichamen die die uit de graven komen en omhoog vliegen naar de wolken.

Vorig jaar is een remake van de film “Left Behind” in Amerika uitgekomen. Deze film is gebaseerd op de populaire boeken serie van Tim LaHaye en Jerry B. Jenkins. De film geeft een totaal verkeerd beeld van wat de bijbel eigenlijk wil zeggen over dit onderwerp. Het is jammer vast te moeten stellen, dat deze film meer invloed heeft op de theologie van christenen dan dat de bijbel doet.

Wist u dat het idee van de “opname van de gemeente” niet op historische gronden gebaseerd is? De op de opname-gebaseerde theologie bestaat pas sinds een paar honderd jaar, over gewaaid van Engeland naar Amerika en vervolgens terug naar Europa. De theoloog N.T. Wright noemde dit de “Amerikaanse obsessie”. Het begin van de “opname” theologie ligt in Schotland, waar een 15 jaar oud meisje met de naam Margaret MacDonald claimde een visioen gezien te hebben over de wederkomst van Jezus. Vervolgens nam John Nelson Darby, een Britse evangelist en oprichter van de Plymouth Broeders, de visioen van Mc Donald over, creëerde een hele uiteenzetting waarin Jezus niet één keer maar zelfs twee keer terug zou komen!

Door verscheidene “missie reizen” van Darby naar de USA aan het einde van de 19de eeuw vond de “opname” zijn weg bij de Amerikaanse christenen die op dat moment door de wreedheden van een burgeroorlog gingen, die veel weg had van een Armageddon: natie die zich keerde tegen natie, broer tegen broer, zoon tegen vader etc. Met meer dan een half miljoen doden was het geen wonder dat een theologie van een “opname” tot bloei kwam. Deze gedachtegang breidde zich verder uit in de eerste wereldoorlog mede door de publicatie van de “Scofield Reference Bible”, die werd uitgereikt aan de soldaten in de loopgraven.

Twee andere gebeurtenissen droegen bij aan de promotie van de “opname” in Amerika: de bekering van Dwight L. Moody naar een eschatologische theologie (leer eindtijd) en stichting van de “Dallas Theological Seminary”, een training centrum gefocust op het dispensationalisme (letterlijke interpretatie teksten en onderscheid kerk en Israël). Ook richtte hij later de Moody Bible Instituut op en startte een radio programma, die belangrijk zou worden in de promotie van de opname theologie. Gedurende de 20ste eeuw werd de “fysieke opname” van de gemeente een dominante eschatologische zienswijze.

Gebruikte teksten

Laten we nu eens kijken naar Bijbelse teksten die worden gebruikt om het idee van de “fysieke opname” van de gemeente onderbouwen:
“Doch wij willen u niet onkundig laten, broeders, wat betreft hen, die ontslapen, opdat gij niet bedroefd zijt, zoals de andere (mensen), die geen hoop hebben. Want indien wij geloven, dat Jezus gestorven en opgestaan is, zal God ook zó hen, die ontslapen zijn, door Jezus weder brengen met Hem. Want dit zeggen wij u met een woord des Heren: wij, levenden, die achterblijven tot de komst des Heren, zullen in geen geval de ontslapenen voorgaan, want de Here zelf zal op een teken, bij het roepen van een aartsengel en bij het geklank ener bazuin Gods, nederdalen van de hemel, en zij, die in Christus gestorven zijn, zullen het eerst opstaan; daarna zullen wij, levenden, die achterbleven, samen met hen op de wolken in een oogwenk weggevoerd worden, de Here tegemoet in de lucht, en zó zullen wij altijd met de Here wezen. Vermaant elkander dus met deze woorden.” (1 Thess 4:13-18)

Voor wie bestemd

De eerste vraag die we willen stellen is, “Aan wie schrijft de apostel Paulus?” Wie is de “u” die hij niet onkundig wou laten? Het duidelijke antwoord hierop is: de eerste eeuw christenen in Thessalonica.

Een van de meest over het hoofd geziene concepten voor het interpreteren van de bijbel is het begrip “doelgroep en tijd”. In de hermeneutiek (de kunst van het interpreteren van Bijbelteksten) herinnert het begrip “doelgroep en tijd” ons er aan dat de bijbel niet aan ons geschreven is, het is voor ons geschreven. Als we dit foutief gebruiken dan lezen we de bijbel door een verkeerde lens en eindigen we door teksten op ons toe te passen, die eigenlijk voor iemand anders in een andere tijd en plaats bedoeld waren. De meeste christenen denken dat de bijbel aan ons geschreven is, maar hoe kan iets wat 2000 jaar geleden geschreven is, aan ons geschreven zijn? Dus elke keer als we een tekst uit de bijbel bestuderen moeten we vaststellen wie de originele toehoorders waren. Wat voor betekenis had dit voor de originele toehoorders?

Toen Paulus 1 Thessalonicenzen schreef, schreef hij aan de christenen die in Thessalonica leefden in de eerste eeuw na Christus. We moeten dit goed tot ons door laten dringen voordat we kunnen begrijpen wat hij eigenlijk zegt.

Woord des Heren

“Want dit zeggen wij u met een woord des Heren:” (1 Thess 4:15)

Wie zijn die “wij” in vers 15? Het zijn Paulus en het apostolische team die refereren naar bekende profetie van Jezus uit Mattheüs 23 en 24. Paulus doet eigenlijk niets anders als alleen maar herhalen wat Jezus heeft gezegd, in dezelfde context, onder dezelfde criteria en met dezelfde beeldspraak.

Er zijn bijvoorbeeld zo’n 13 elementen uit de Bergrede die Paulus in de brief aan de Thessalonicenzen herhaalt. Bijvoorbeeld: de komende vervolging, ontrouw, leraren die zeiden dat Jezus al was gekomen, de komst van Christus, met engelen, met wolken, met bazuingeschal, verzamelen van gelovigen, komen als een dief, dreigende oordeel, vrouwen in barensnood en waken. Bevestigd door vele bijbelleraars bestaat absoluut geen twijfel over dat Jezus hier in figuurlijke en apocalyptische zin spreekt over de verwoesting van Jeruzalem. Ook Paulus spreekt hierover en wel speciaal met betrekking tot het feit dat de Thessalonicenzen leden onder de vervolging door de Joden en zij daarvan zouden worden bevrijdt door het op handen zijnde oordeel van God.

De situatie

Wat was de situatie waarin de Thessalonicenzen zich bevonden? Handelingen 17:1, 5 zegt het volgende:

“En hun weg nemende over Amfipolis en Apollonia, kwamen zij te Tessalonica, waar een synagoge der Joden was…….Maar de Joden werden afgunstig en namen enkelen van het minste straatvolk te hulp, veroorzaakten een oploop, en brachten de stad in rep en roer; en zij stormden op het huis van Jason aan met de bedoeling hen voor de volksvergadering te brengen.”

De christenen in Thessalonica leden onder de vervolgingen van de Joden. Dit wordt nog duidelijker in Thessalonicenzen 1:14-16,

“Want gij, broeders, zijt navolgers geworden van de gemeenten Gods in Christus Jezus, die in Judea zijn, omdat ook gij hetzelfde te verduren hebt gehad van uw eigen volksgenoten als zij van de Joden, die zelfs de Here Jezus en de profeten gedood en ons tot het uiterste vervolgd hebben, die Gode niet behagen en tegen alle mensen ingaan, daar zij ons verhinderen tot de heidenen te spreken tot hun behoud, waardoor zij te allen tijde (de maat) hunner zonden vol maken. De toorn is over hen gekomen tot het einde.”

Let nu goed op wat Paulus tegen hen (niet tegen ons) zei in 2 Thessalonicenzen 1:4-10,

“zodat wij zelf over u (Thessalonicenzen) roemen bij de gemeenten Gods, vanwege uw volharding en uw geloof onder al uw vervolgingen en de verdrukkingen, die gij doorstaat: een bewijs van het rechtvaardige oordeel Gods, dat gij het Koninkrijk Gods waardig geacht zijt, voor hetwelk gij ook lijdt, indien het inderdaad recht is bij God, aan uw verdrukkers verdrukking te vergelden, en aan u, die verdrukt wordt, verkwikking tezamen met ons, bij (dit is een tijdsaanduiding) de openbaring van de Here Jezus van de hemel met de engelen zijner kracht, in vlammend vuur, als Hij straf oefent over hen, die God niet kennen en het evangelie van onze Here Jezus niet gehoorzamen. Dezen (de mensen die jullie vervolgen) zullen boeten met een eeuwig verderf, ver van het aangezicht des Heren en van de heerlijkheid zijner sterkte, wanneer Hij komt, om op die dag verheerlijkt te worden in zijn heiligen en met verbazing aanschouwd te worden in allen, die tot geloof gekomen zijn; want ons getuigenis heeft geloof gevonden bij u.”

Het is van belang om dit goed te begrijpen, want er staat nogal wat op het spel: de betrouwbaarheid van de schriften, de beloften van God en of Jezus een echte of een valse profeet is. Deuteronomium 18:18f zegt dat als iemand een profetisch woord heeft die niet uitkomt, hij niet namens God spreekt. Het zijn de gelovigen uit Thessalonica in de dagen van Paulus die leden onder de vervolging van de Joodse ongelovigen (Judaïsten). Volgens Paulus zullen deze Joden hiervoor boeten en op een zeker moment een (grote) verdrukking moeten ondergaan. Paulus gebruikt deze belofte om de gelovigen te bemoedigen. En wat voor bemoediging zou het zijn als God eigenlijk bedoelde dat de grote verdrukking na hun dood, zo’n 2000 jaar later zou plaats vinden? Dat is een bemoediging van het slechtste soort!

Loog God? Had Paulus tegen hun gelogen? Probeerde hij “hen en elke volgende generatie op hun geestelijke tenen te laten lopen” zoals sommigen beweren? Natuurlijk had God niet gelogen. Hij hield zich aan Zijn woord zoals Hij gezegd had. Hoe dan? In het jaar 70 na Christus werd de tempel van Jeruzalem met vuur verwoest. Zo’n 1,3 miljoen Joden werden gedood (geschiedenis experts zeiden dat er niet één christen stierf!) en de rest weggevoerd. Dit komende oordeel was in Mattheüs 23 al geprofeteerd door Jezus in Zijn hoedanigheid als Profeet, toen Hij de Schriftgeleerden en Farizeeërs terechtwees door de verbondsweeën over hun en de stad uit te spreken.

De hoop

“Doch wij willen u niet onkundig laten, broeders, wat betreft hen, die ontslapen, opdat gij niet bedroefd zijt, zoals de andere (mensen), die geen hoop hebben.” (1 Thess 4:13)

Ten eerste, wie zijn degene die ontslapen zijn in Jezus? Om te kunnen begrijpen wie zij zijn, moeten we weten wat de “hoop” was die de gelovigen in Thessalonica hadden die ongelovigen niet hadden. Laten we eens kijken wat Paulus (en Hosea) zegt over de “hoop” van Israël:

“terwijl ik van God hoop, gelijk ook dezen zelf het verwachten, dat er een opstanding van rechtvaardigen en onrechtvaardigen zal zijn.” (Hand 24:15)

“En nu sta ik voor het gerecht om mijn hoop op de belofte, die door God aan onze vaderen gedaan is; welke onze twaalf stammen, door voortdurend nacht en dag God te vereren, hopen te bereiken. Om deze hoop, o koning, word ik door Joden aangeklaagd. Waarom wordt het bij u ongelofelijk geacht, als God doden opwekt?” (Hand 26:6-8)

“Zou Ik hen uit de macht van het dodenrijk bevrijden, van de dood loskopen? Dood, waar zijn uw pestziekten, dodenrijk, waar is uw verderf? Mijn oog kent geen medelijden.” (Hosea 13:14)

Dus de hoop waar Paulus over spreekt tegen de Thessalonicenzen is de “opstanding uit de doden”.

De opstanding

De traditionele opvatting van de kerk is als volgt: Wanneer gelovigen sterven gaan hun lichamen in het graf maar hun geest gaat naar de hemel om bij de Here te zijn. En in die geestelijke staat wachten ze in de hemel op de opstanding die zal plaats vinden in de eindtijd. Wanneer de Jezus terugkomt in de eindtijd zullen alle doden (in wat voor staat ze ook zijn) weer opstaan, lichaam en geest weer herenigd en worden alle fysieke opgestane lichamen veranderd in onsterfelijke lichamen zoals die van Jezus.

Een van de problemen met deze opvatting is, dat Paulus geloofde dat de opstanding op het punt stond plaats te vinden in hun dagen:

“terwijl ik van God hoop, gelijk ook dezen zelf het verwachten, dat er een opstanding van rechtvaardigen en onrechtvaardigen zal zijn” (Hand 24:15)

Merk op dat de opstanding op het punt stond plaats te vinden in de dagen van Paulus. Wat is de opstanding? Dat alle gestorven heiligen van het oude verbond vanuit het dodenrijk overbracht worden naar de hemel om voor altijd in Zijn aanwezigheid te zijn. Vóór het volbrachte werk van Jezus ging niemand naar de hemel:

“En niemand is opgevaren naar de hemel, dan die uit de hemel nedergedaald is, de Zoon des mensen” (Joh 3:13)

Voor het volbrachte werk van Jezus gingen alle mensen die stierven naar het dodenrijk waar ze wachten op het verzoenende werk van Jezus en op de opstanding uit de doden. Totdat Jezus voor de zonden van de mensen had betaald, konden ze niet in de aanwezigheid van God komen. Het komen uit het dodenrijk en gebracht te worden in de aanwezigheid van God is wat de bijbel noemt “de opstanding”.

“Want indien wij geloven, dat Jezus gestorven en opgestaan is, zal God ook zó hen, die ontslapen zijn, door Jezus weder brengen met Hem.” (1 Thess 4:14)

Wie zijn degene die “ontslapen zijn in Jezus” waar Paulus over spreekt? Zij zijn de gestorven heiligen uit oude verbondsperiode die in het dodenrijk waren. Paulus verzekerd de Thessalonicenzen dat wanneer Christus terug komt, Hij de heiligen uit het oude verbond zal redden uit het dodenrijk – zij zouden opstaan.

Tweede komst

Het bleek dat de Thessalonicenzen bezorgd waren over hun reeds gestorven broeders en zusters. Paulus verzekerde hun door ze in 1 Thessalonicenzen 4:14-18 te vertellen dat ze zich geen zorgen hoefden te maken want zij zouden met Christus opstaan bij Zijn terugkomst, en “wij levenden zullen daarna volgen”! Dit is rechtstreeks en specifiek gericht aan de eerste eeuw Thessalonicenzen:

“Want dit zeggen wij u met een woord des Heren: wij, levenden, die achterblijven tot de komst des Heren, zullen in geen geval de ontslapenen voorgaan,” (1 Thess 4:15)

Merk op dat “wij, levenden, die achterblijven” een tijdsperiode aangeeft, want de “wij” moeten we zien als één groep, Paulus en zijn toehoorders. Zij (Paulus en de Thessalonicenzen) verwachtten de terugkomst van Jezus tijdens hun leven. Dit is heel duidelijk in het boek 1 Thessalonicenzen aangegeven:

“en uit de hemelen zijn Zoon te verwachten, die Hij uit de doden opgewekt heeft, Jezus, die ons verlost van de komende toorn.” (1 Thess 1:10)

“Want wie is onze hoop of blijdschap of erekrans voor onze Here Jezus bij zijn komst, wie anders dan gij.” (1 Thess 2:19).

“om uw harten te versterken, zodat zij onberispelijk zijn in heiligheid voor onze God en Vader bij de komst van onze Here Jezus met al zijn heiligen.” (1 Thess 3:13)

“En Hij, de God des vredes, heilige u geheel en al, en geheel uw geest, ziel en lichaam moge bij de komst van onze Here Jezus Christus blijken in allen dele onberispelijk bewaard te zijn.” (1 Thess 5:23)

Paulus en de Thessalonicenzen verwachtten wel degelijk de wederkomst van Jezus te zien tijdens hun leven. Dit wordt ook bevestigd in de tweede brief aan de Thessalonicenzen:

“indien het inderdaad recht is bij God, aan uw verdrukkers verdrukking te vergelden, 7en aan u, die verdrukt wordt, verkwikking tezamen met ons, bij de openbaring van de Here Jezus van de hemel met de engelen zijner kracht, in vlammend vuur, als Hij straf oefent over hen, die God niet kennen en het evangelie van onze Here Jezus niet gehoorzamen. Dezen zullen boeten met een eeuwig verderf, ver van het aangezicht des Heren en van de heerlijkheid zijner sterkte, wanneer Hij komt, om op die dag verheerlijkt te worden in zijn heiligen en met verbazing aanschouwd te worden in allen, die tot geloof gekomen zijn; want ons getuigenis heeft geloof gevonden bij u.” (2 Thess 1:6-10)

De gelovigen uit Thessalonica zullen rust krijgen van hun vijanden wanneer de Here voor de tweede keer terug komt. Als de tweede komst niet plaats vindt tijden hun leven, zou de Here hun een valse hoop gegeven hebben of eigenlijk misleid hebben.

Paulus verzekerde de Thessalonicenzen dat Christus terug zou komen tijdens hun leven en dat zij, die in die tijd nog in leven zouden zijn, niet in de tegenwoordigheid van God zouden komen vóór de gestorven heiligen. “Young’s Letterlijke Vertaling” zegt het op deze manier:

“Want dit zeggen we tegen jullie met een woord van de Here, dat wij die leven – die blijven wachten op de aanwezigheid van de Here – de ontslapenen niet voor zullen gaan.” (1 Thess 4:15)

Het oordeel

Laten we nu doorgaan met de volgende vers in de tekst:

“want de Here zelf zal op een teken, bij het roepen van een aartsengel en bij het geklank ener bazuin Gods, nederdalen van de hemel, en zij, die in Christus gestorven zijn, zullen het eerst opstaan.” (1 Thess 4:16)

“De Here zelf zal nederdalen van de hemel” – het woord “nederdalen” werd normaal gebruikt wanneer de priester uit de tempel kwam en zou verkondigen dat de verzoening volbracht was.

Als we oprecht het Woord van God gaan interpreteren dan moeten we nauwkeurig de regels van de hermeneutiek in acht nemen. De eerste regel van de hermeneutiek word genoemd: de analogie van het geloof. Dit betekent niets anders dan schrift met schrift vergelijken. Geen enkel schrift gedeelte kan je zo interpreteren dat het in conflict komt met waar het elders uitgelegd wordt in de bijbel. Als wij schrift met schrift gaan vergelijken zien we dat we te maken hebben met apocalyptische taal, die over een oordeel spreekt. Als we deze tekst vergelijke met de parallel tekst in Mattheüs 24 zullen we de betekenis beter begrijpen:

“En dan zal het teken van de Zoon des mensen verschijnen aan de hemel en dan zullen alle stammen der aarde zich op de borst slaan en zij zullen de zoon des mensen zien komen op de wolken des hemels, met grote macht en heerlijkheid.” (Matt 24:30)

Klinkt je dat niet bekend in de oren? Dat zou eigenlijk wel moeten, dit is namelijk een parallel tekst van die uit het boek 1 Thessalonicenzen. Jezus sprak deze woorden in samenhang met de verwoesting van Jeruzalem en zei dat in hun generatie al deze dingen vervuld zou worden:

“Voorwaar, Ik zeg u, dit geslacht zal geenszins voorbij gaan, voor dat dit alles geschiedt” (Matt 24:34)

In Bijbelse taal staat “wolken” symbolisch voor Gods toorn en oordeel tegen vijanden van zijn volk. David zei dat de Here hem bevrijdde van zijn vijanden terwijl Hij neerdaalde uit de wolken (Psalm 18:3-15). De Here zei dat Hij naar Egypte zou rijden op een wolk om hun te straffen:

“Zie de Here rijdt op een snelle wolk en komt naar Egypte; dan beven de afgoden voor Hem en het hart van Egypte versmelt in zijn binnenste.” (Jesaja 19:1)

De Here reed niet echt op een wolk, maar Egypte ontving dit oordeel door de handen van de Assyriërs (Jesaja 20:1-6). Het idee dat Jezus fysiek terug zou komen op de wolken zou tegengesteld zijn aan hoe zij (hun generatie) de profeten uit het oude verbond begrepen.

Schrift met schrift vergelijken

De vergelijking tussen 1 Thessalonicenzen 4-5 en Mattheüs 24 is fascinerend. Als we in gedachten houden dat Jezus apocalyptische taal gebruikte in Mattheüs 24:29-35, dan verwachten we dezelfde letterlijke taal ook tegen te komen in 1 Thessalonicenzen 4-5. Zij die geloven dat de komst in Mattheüs betrekking heeft op geestelijk gebeurtenissen rondom de val van Jeruzalem, gaan er vanuit dat ook de wolken, engelen en trompetten niet letterlijk genomen moeten worden. Als zij niet letterlijk genomen moeten worden in Mattheüs, waarom dan wel in Thessalonicenzen? Het taalgebruik in Mattheüs is dezelfde als die in Thessalonicenzen:

1.   Jezus komt zelf weer terug – Matt 24:30 en 1 Thess 4:16.
2.   Uit de hemel – Matt 24:30 en 1 Thess 4:16.
3.   Met een geklank – Matt 24:30 en 1 Thess 4:16.
4.   Vergezeld door engelen – Matt 24:31 en 1 Thess 4:16.
5.   Met een bazuin van God – Matt 24:31 en 1 Thess 4:16.
6.   Uitverkorenen worden verzameld – Matt 24:31 en 1 Thess 4:17.
7.   Op de wolken – Matt 24:30 en 1 Thess 4:17.
8.   Op een onbekend tijdstip – Matt 24:36 en 1 Thess 5:1,2.
9.   Als een dief in de nacht – Matt 24:43 en 1 Thess 5:2,4.
10. Ongelovigen niet op de hoogte van een komend oordeel – Matt 37-39 en 1 Thess 5:3.
11. Oordeel komt tijdens de weeën van een zwangere vrouw – Matt 24:8 en 1 Thess 5:3.
12. Gelovigen zullen waakzaam zijn – Matt 24:42 en 1 Thess 5:4.
13. Waarschuwing nuchter te zijn – Matt 24:49 en 1 Thess 5:7.

In Mattheüs 24 voorspelde Jezus dat Hij zou terug komen in Zijn generatie om de gelovigen te verzamelen. In 1 Thessalonicenzen 4-5 sprak Paulus over dezelfde komst die de gelovigen zou verzamelen. Hoeveel komsten van Jezus, met Zijn engelen, in vuur, in macht en heerlijkheid, om uitverkorenen te verzamelen zijn er eigenlijk in het Nieuwe Testament? Maar één! De conclusie is overduidelijk: 1 Thessalonicenzen 4-5 gaat over precies dezelfde komst, oordeel, en verzameling van uitverkorenen net als in Mattheüs 24.

“Want de Here zelf zal op een teken, bij het roepen van een aartsengel en bij het geklank van ener bazuin Gods, nederdalen van de hemel, en zij, die in Christus gestorven zijn, zullen het eerst opstaan;” (1 Thess 4:16)

Paulus spreekt hier tegen de Thessalonicenzen over Jezus komst in oordeel over Jeruzalem 70 na Christus. Toen dat plaats vond, stonden de uitverkorenen uit het oude verbond op en gingen over vanuit het dodenrijk naar de hemel om voor altijd bij God te zijn.

Weggevoerd

“Daarna zullen wij, levenden, die achterbleven, samen met hen op de wolken in een oogwenk weggevoerd worden, de Here tegemoet in de lucht, en zo zullen wij altijd met de Here zijn.” (1 Thess 4:17)

Dit is het vers waar de theorie van de “opname” vandaan komt. Als we even aandacht besteden aan de Griekse woorden, zal dat gauw tot andere inzichten leiden. Laten we beginnen met het woord “weggevoerd”. Dit komt van het Griekse woord harpazo en betekent “weg rukken of grissen”. Hier komt het woord “opname” vandaan. Maar ongetwijfeld betekent “weggevoerd” iets anders dan het omhoog zweven van de fysieke lichamen vanaf de aarde in de atmosfeer. Denk er aan dat het “wegvoeren” plaats vindt tijdens de tweede komst. Harpazo zou betrekking kunnen hebben op een lichaam dat “weggevoerd” zou worden, maar het kan ook betrekking hebben op een christen die “weggevoerd” wordt zonder lichaam. Zoals bijvoorbeeld in de volgende tekst:

“Ik weet van een mens in Christus, veertien jaar is het geleden – of het in het lichaam was, weet ik niet, of dat het buiten het lichaam was, weet ik niet, God weet het – dat die persoon weggevoerd werd tot in de derde hemel. En ik weet van die persoon – of het in het lichaam of buiten het lichaam was, weet ik niet, God weet het – dat hij weggevoerd werd naar het paradijs en onuitsprekelijke woorden gehoord heeft, die het een mens niet geoorloofd is uit te spreken.” (2 Korinthiërs 12:2-4)

Paulus wist niet of het lichaam erbij betrokken was toen de man werd “weggevoerd” ofwel “weg gerukt”. Het lichaam speelde geen rol in deze harpazo gebeurtenis, anders had Paulus dat wel gezegd. We weten dat Paulus niet bedoelde dat levende christenen in hun levende fysieke lichamen bij de tweede komst “weggevoerd” zouden worden, omdat dit nooit heeft plaats gevonden. Na de tweede komst waren er nog christenen overgebleven zoals de geschiedenis ons duidelijk laat zien.

Nu moeten we ons afvragen, “wat betekent het feitelijk wanneer de bijbel spreekt over dat wij zullen worden weggevoerd om de Here te ontmoeten in de lucht?” Betekent dit dat we fysiek worden opgenomen in de lucht? Wat betekent het woord “lucht” eigenlijk? Is het wat we noemen de atmosfeer of de lucht die we inademen? Ik denk dat Efeziërs hoofdstuk 2 ons een idee geeft van wat het hier zou kunnen betekenen:

“waarin gij vroeger gewandeld hebt overeenkomstig de loop dezer wereld, overeenkomstig de overste van de macht der lucht, van de geest, die thans werkzaam is in de kinderen der ongehoorzaamheid,” (Efeziërs 2:2)

Het woord lucht is een ander woord voor “hemelse of geestelijke wereld”. Satan was de tegenstander in het plan van verlossing zoals we door heel de bijbel kunnen zien. Hij was de overste van de macht der lucht, zichtbaar vertegenwoordigd door het verdorven Joodse religieuze systeem. In Romeinen 16:20 zei Paulus, dat Satan “weldra” onder hun voeten zou worden vertreden (denk aan de relevantie van de originele toehoorders). Jezus heeft sinds de verwoesting van Jeruzalem de macht in die lucht, in die geestelijk wereld overgenomen. En als dat dezelfde “lucht” is waar de uitverkorenen elkaar zouden ontmoeten, dan is er voor ons geen noodzaak te geloven dat de opname plaats zou vinden in de fysieke wereld.

Ontmoeten

Paulus zegt dat de uitverkorenen “de Here zouden ontmoeten in de lucht,” Het woord “ontmoeten” (apanteas) wordt maar drie keer gebruikt in de bijbel en elke keer betekent dit, het vooruit sturen van een ontvangstcomité om een topfunctionaris te ontmoeten, om vervolgens samen met hem weer terug te gaan naar plek waar zij vandaan kwamen. In het geval van Handelingen 28:15 gingen de christenen in Rome vooruit naar het Appii forum om Paulus te ontmoeten, om hem vervolgens te escorteren op de weg terug naar Rome. Een ander voorbeeld van het gebruik van dit woord vinden we in de gelijkenis van de 10 maagden in Mattheüs 25. In de gelijkenis van de 10 maagden is het Koninkrijk gelijk aan 10 maagden, die hun lampen namen en uit gingen om de bruidegom te ontmoeten. Het woord wat hier gebruikt wordt voor het woord “ontmoeten” is apanteas, wat zoveel betekent als: te ontmoeten, terugkeer onder begeleiding, zoals ook bewezen door het feit dat zij de bruidegom ontmoetten en daarna terug gingen naar het huis vanwaar zij vandaan kwamen:

“Doch terwijl zij heen gingen om te kopen, kwam de bruidegom, en die gereed waren gingen met hem mee de bruiloftszaal binnen, en de deur werd gesloten.” (Matt 25:10)

“Waakt dan, want gij weet de dag noch het uur.” (Matt 25:13)

In vers 13 maakt Jezus duidelijk dat wanneer Hij terug komt, dit zal plaats vinden tijdens hun generatie. De betekenis van dit is, dat toen Jezus terug kwam op de wolken, Hij letterlijk, maar dan wel geestelijk, zij die nog in leven waren verzamelde om ze op te nemen in het Koninkrijk met Jezus Christus en Jezus geestelijk terugkeerde met de gelovigen naar de aarde om voor eeuwig bij hun te zijn. Dit was een geestelijke gebeurtenis die zich zichtbaar manifesteerde tijdens de verwoesting van Jeruzalem.

De voorstelling van “samen met hen op de wolken in een oogwenk weggevoerd worden, de Here tegemoet in de lucht” is een beeld van Gods uitverkorenen die in Zijn aanwezigheid in het Heilige der Heilige werden gebracht.

Spreekt Paulus hier over een letterlijke opname? Nee! Paulus geloofde dat de Here terug zou komen nog tijdens zijn leven. Hij sprak altijd krachtig over de Tweede Komst, de opstanding en oordeel, maar hij sprak nooit over een fysieke “opname” voor de christenen die nog in leven waren. Het fysieke lichaam wordt niet opgenomen. Het is de Christen zelf die als het ware wordt opgenomen, als hij in de aanwezigheid van God wordt gebracht. De gestorven gelovigen stonden op toen Jezus terug keerde, en alle andere christenen werden op hetzelfde moment als het ware opgenomen, het ervaren van het “in Christus” zijn.

Het proces van “weggerukt” of “weggevoerd” uit dood en dodenrijk en het “verzamelen” in de aanwezigheid van God vond plaats tijdens de verwoesting van Jeruzalem 70 na Christus. De “opname” gaat over het brengen van de geestelijk mens in de aanwezigheid van God. Het was een geestelijke verandering die daar plaats vond, God opende hun ogen zodat ze de geestelijke dimensie zagen. En net zoals bij Adam en Eva hun ogen geopend werden en hun geestelijke naaktheid geopenbaard werd toen ze de wereld van zonde en dood binnentraden, zo werden ook op dezelfde manier de ogen van de gelovigen geopend toen zij de wereld van dood en zonde verlieten en weer geestelijke met God werden verbonden. Paulus erkende dat zij die dit zouden ervaren, geestelijk bekleed zouden worden (2 Kor 5:3), in een ondeelbaar ogenblik. Het is een geestelijk wakker worden, een zekerheid in het hart, een leven in overwinning. En dit komt weer prachtig overeen met Openbaring 21:2-3,

“En ik zag een heilige stad, een nieuw Jeruzalem (de gemeente), nederdalen uit de hemel, van God, getooid als een bruid, die voor haar man versierd is. En ik hoorde een luide stem van de troon zeggen: Zie de tent van God is bij de mensen en Hij zal zelf bij hen wonen, en zij zullen zijn volk zijn en God zal zelf bij hun zijn.”

Conclusie

Er vind geen fysieke verwijdering van lichamen plaats. Het idee van een “fysieke opname” komen we nergens tegen in bijbel en het wordt ook nergens in de bijbel onderwezen. Er is geen Schriftuurlijke onderbouwing voor de “opname” theorie. De filosofie van een vlucht uit deze wereld is puur fictie en is uit het menselijke brein ontsproten. We worden niet onderwezen om de realiteit te ontvluchten, maar eerder om daaraan het hoofd te bieden tegelijk wetende dat God alles doet meewerken ten goede voor hen die Hem liefhebben. (Rom 8:28-30)

“Vermaant elkaar dus met deze woorden.” (1 Thess 4:18)

Vertroosten deze woorden ons? Jazeker. Alles wat “in Adam” verloren was, is “in Christus” weer hersteld. We worden vertroost door het feit dat dat we als gelovigen weten dat we voor altijd in de aanwezigheid van de Here zijn, we wachten dus nergens meer op. We zijn nu in Zijn aanwezigheid, in Christus en als we sterven verlaten we deze fysieke wereld en gaan we naar de hemel. Laten we daar elkaar mee vertroosten!

Met dat in gedachten laten we de boodschap, die voor de door de Joden vervolgde Thessalonicenzen bedoeld was, niet in onze toekomst projecteren.