Apostelen over terugkomst Jezus

De apostelen voorspelden een eerste eeuw terugkomst van Jezus

Jezus voorspelde verscheidene malen een eerst eeuw terugkomst (Mattheüs 10:23; 16:27-28; 24:33-34; Lucas 21:22,28,31; Openbaring 1:3; 22:10). Echter, de meeste theologen, die uitgaan van een toekomstige verschijning van Jezus, voelen zich gedwongen deze tekst te interpreteren op een manier die een natuurlijke uitleg ontkent. Maar wie heeft er dan gelijk? Op welke gronden zouden we moeten vaststellen of we de letterlijke betekenis van de woorden Jezus moeten accepteren, of de interpretaties van de theologen? Het antwoord is eenvoudig. We moeten kijken in het nieuwe testament en vaststellen hoe de apostelen van Jezus zijn voorspellingen begrepen. Paulus beschreef de apostelen als “heilig” en het “fundament” van de gemeente (Efeziërs 3:10; 2:19b-20). Dus…., hun interpretatie moet als de enige ware beschouwd worden. Gegeven hun speciale status in de ogen van God, wie zou hen dan durven tegenspreken?

Het begrip van de apostelen

Alle auteurs van het Nieuwe Testament, inclusief de apostelen, verklaarden dat zij leefden in de “laatste dagen” – “de boze wereld” (Galaten 1:4) – en dat ze spoedig gered zouden worden van de wraak die binnenkort zou komen over hun vervolgers (de Romeinen en de Joden). Alle auteurs  geloofden dat daadwerkelijk en geïnspireerd door de Heilige Geest schreven ze in de evangeliën en de brieven dat de voorspellingen van Jezus tijdens hun leven zouden worden vervuld.

“Nadat God eertijds vele malen en op vele wijzen tot de vaderen gesproken had in de profeten, heeft Hij in het laatst der dagen tot ons gesproken in de Zoon, die Hij gesteld heeft tot erfgenaam van alle dingen,….”(Hebreeën 1:1-2).

“,maar thans is Hij eenmaal, bij de voleinding der eeuwen, verschenen om door zijn offer de zonde weg te doen” (Hebreeën 9:26).

“Hij was tevoren gekend, voor de grondlegging der wereld, doch is Hij bij het einde der tijden geopenbaard ter wille van u,” (1 Petrus 1:20).

“Dit is hun overkomen tot een voorbeeld voor ons en het is opgetekend ter waarschuwing voor ons, over wie het einde der eeuwen gekomen is” (1 Korinthiërs 10:11).

“Welaan dan gij rijken, weent en maakt misbaar over de rampen, die over u zullen komen” (Jacobus 5:1). “Gij zijt schatten gaan opleggen, terwijl het de laatste dagen zijn” (vers 3b).

De  christenen in de eerste eeuw verwachtten de terugkeer van Jezus om hun verlichting te geven van hun vervolgers en bevrijdt (verlost) te worden van de wraak die binnenkort zou komen over hun wereld (de Romeinse burgeroorlog en de desastreuze Joodse opstand):

“Omdat gij het bevel bewaard hebt om Mij te blijven verwachten, zal ik ook u bewaren voor de ure der verzoeking, die over de gehele wereld (iokoumene – bewoonde wereld – oftewel de ‘Romeinse wereld’) komen zal, om te verzoeken hen die op de aarde wonen. Ik kom spoedig, houdt vast wat gij hebt, opdat niemand uw kroon neme” (Openbaring 3:10-11).

“….en uit de hemel zijn Zoon te verwachten, die Hij uit de doden opgewekt heeft, Jezus, die ons verlost van de komende toorn” (1 Tessalonicenzen 1:10).

“….de Here Jezus Christus, die zichzelf gegeven heeft voor onze zonden, om ons te trekken uit de tegenwoordige boze wereld (letterlijk ‘tou aionos tou enestotos ponérou’, dit huidige slechte tijdperk)…” (Galaten 1:3b-4).

Het Griekse woord voor “er uit trekken” in Galaten 1:4 is “exaireo”, en betekend meer “er uit rukken”. Dit “er uit rukken” ofwel  “verlossen” zou plaats vinden op de dag van Jezus’ terugkomst.

“…indien het inderdaad recht is bij God, aan uw verdrukkers verdrukking te vergelden, en aan u, die verdrukt wordt, verkwikking tezamen met ons, bij de openbaring van onze Here Jezus van de hemel met zijn engelen zijner kracht, in vlammend vuur, als Hij straf oefent over hen, die God niet kennen en het evangelie van onze Here Jezus niet gehoorzamen. Dezen zullen boeten met een eeuwig verderf, ver van het aangezicht des Heren en van de heerlijkheid zijn sterkte, wanneer Hij komt, om op die dag verheerlijkt te worden in zijn heiligen en met verbazing aanschouwd te worden in allen, die tot geloof gekomen zijn; want ons getuigenis heeft geloof gevonden bij u” (2 Tessalonicenzen 1:6-10).

De christenen in de eerste eeuw konden “de dag zien naderen”:

“En laten wij op elkander acht geven om elkaar aan te vuren tot liefde en goede werken. Wij moeten onze eigen bijeenkomst niet verzuimen, zoals sommigen dat gewoon zijn, maar elkander aansporen, en dat des te meer, naarmate gij de dag ziet naderen” (Hebreeën 10:24-25).

Dit kan nauwelijks verwijzen naar een gebeurtenis die 2000 jaar in de toekomst zal plaats vinden. De apostelen wisten dat het einde nabij was:

“Kinderen, het is de laatste ure; en gelijk gij gehoord hebt, dat de antichrist komt, zijn er ook nu vele antichristussen opgestaan, en daaraan onderkennen wij, dat het de laatste ure is” (1 Johannes 2:18).

“Gij verstaat immers de tijd wel, dat het thans voor u de ure is om uit de slaap te ontwaken. Want het heil is ons nu meer nabij, dan toen wij tot geloof kwamen. De nacht is ver gevorderd, de dag is nabij. Laten wij dan de werken der duisternis afleggen en aandoen de wapenen des licht!” (Romeinen 13:11-12).

Zoek geen vrouw” (1 Korinthiërs 7:27b). “Dit bedoel ik, broeders: de tijd is kort. Tenslotte, laten zij, die een vrouw hebben, zijn als zonder vrouw; die wenen, als weenden zij niet; die blijde zijn, als waren zij niet blijde; die kopen, als zouden zij er niets van behouden; die van de wereld gebruikt maken, als zouden zij haar niet ten einde toe gebruiken. Want het uiterlijk van deze wereld is bezig te verdwijnen (vers 29-31).

Het einde aller dingen is nabij gekomen” (1 Petrus 4:7).

Jezus zei dat sommigen van zijn volgelingen nog in leven zouden zijn bij zijn terugkomst (Mattheüs 16:27-28). We zien dat Paulus hier hetzelfde verkondigt:

“Want dit zeggen wij u met een woord des Heren: wij, levenden, die achterblijven tot de komst des Heren,zullen in geen geval de ontslapenen voorgaan, want de Here zelf zal op een teken, bij het roepen van een aartsengel en bij het geklank ener bazuin Gods, nederdalen van de hemel, en zij, die in Christus gestorven zijn, zullen het eerst opstaan; daarna zullen wij, levenden, die achterblijven, samen met hen op de wolken in een oogwenk weggevoerd worden, de Here tegemoet in de lucht, en zo zullen wij altijd met de Here wezen” (1 Tessalonicenzen 4:15-17).

Allen zullen wij niet ontslapen, maar allen zullen wij veranderd worden,” (1 Korinthiërs 15:51b).

Met betrekking tot de tekenen die zijn terugkomst voorafgaan, zei Jezus, “Zo moet ook gij, wanneer gij dit alles ziet, weten, dat het nabij is, voor de deur” (Mattheüs 24:33). Wat later in de eerste eeuw, schreef Jacobus “Oefent ook gij geduld, sterkt uw harten, want de komst des Heren is nabij. Broeders, zucht niet tegen elkander, opdat gij niet onder het oordeel valt; zie de Rechter staat voor de deur” (Jacobus 5:8-9).

Conclusie

Het blijkt duidelijk in het nieuwe testament dat alle schrijvers de verwachting uitspraken dat de tweede komst van Jezus tijdens hun leven plaats zou vinden….en zij hadden er een reden toe,”hun Meester had hen dat verteld”.

De apostelen wisten dat Jezus’ terugkomst zou plaats vinden tijden hun leven en hun onderwijs kon niet fout zijn. Hun geïnspireerde voorspellingen, zoals opgeschreven in Bijbel, kwamen van de Vader en van Jezus, door de kracht van de Heilige Geest:

“…en het woord, dat gij hoort, is niet van Mij, maar van de Vader die Mij gezonden heeft” (Johannes 14:24b).

“…, omdat Ik alles, wat Ik van mijn Vader gehoord heb, u heb bekend gemaakt (Johannes 15:15b).

“….maar de trooster, de Heilige Geest, die de Vader zenden zal in mijn naam, die zal u alles leren en u te binnen brengen al wat Ik u gezegd heb” (Johannes 14:26).

“doch wanneer Hij komt, de Geest der waarheid, zal Hij u de weg wijzen tot de volle waarheid; want Hij zal niet uit zichzelf spreken, maar al wat Hij hoort, zal Hij spreken en de komende dingen (toekomst) zal Hij u verkondigen” (Johannes 16:13).

Wat de apostelen ook zeiden over “de dingen die zouden komen”, het moest de waarheid zijn. De Vader onderwees Jezus, Jezus onderwees zijn apostelen en de apostelen schreven zijn onderwijs op in de geschriften. Dus als je zegt dat de apostelen het fout hadden, dan zeggen we daarmee eigenlijk ook dat Jezus en God incompetent zijn en dat de Bijbel niet geïnspireerd is. En zoals gezegd, het evangelie van de apostelen was niet verkeerd en wel degelijk geïnspireerd:

“omdat onze evangelieprediking niet slechts in woorden tot u gekomen is, maar ook in kracht en in de Heilige Geest en in grote volheid;” (1 Tessalonicenzen 1:5).

“ Want ik heb het ook niet van een mens ontvangen of geleerd, maar door openbaring van Jezus Christus” (Galaten 1: 12).

Daarom moet de wederkomst van Jezus en alle gebeurtenissen er omheen plaats hebben gevonden in de eerste eeuw. Het “huisgezin” van God was gebouwd op apostelen en profeten, Jezus Christus zelf de hoeksteen. Zij die beweren dat de apostelen het verkeerd hadden, zeggen daarmee ook dat Jezus het verkeerd had. Er is slecht één acceptabele conclusie: de apostelen hadden het bij het rechte eind. Al de schriften die verwijzen naar eindtijd gebeurtenissen moeten betrekking hebben op vervolging van christenen onder Nero, de Romeinse burgeroorlog en de Joodse opstanding tegen Rome (64-70 NC) die uitmondde in de verwoesting van Jeruzalem en de tempel, en wat het einde betekende van het offeren van dieren, het definitieve einde van het oude verbondssysteem.

De beloofde terugkeer van Jezus, de opstanding, opname en oordeel moeten plaats gevonden hebben in die periode, ook wel “de laatste dagen” genoemd.