Paradox
* Dit is een gereviseerd weblogartikel dat oorsponkelijk is geschreven en geplaatst op 24 september 2006
HOE komt het dat wij iets slechts kunnen begrijpen in relatie tot iets anders? Hoe komt het dat wij het bestaande slechts kunnen begrijpen in relatie tot het niet-bestaande? Hoe komt het dat wij tijdelijke slechts kunnen begrijpen in relatie tot het eeuwige, het zwarte in relatie tot het witte, het lelijke in relatie tot het mooie en het goede in relatie tot het slechte?
Perspectief
Tegen elke schijnbare pool kunnen we een tegenpool stellen. Maar betekent dat meteen dat die polen werkelijk zijn? Dit is, heel voorzichtig gezegd, een kwestie van perspectief. Kijk, we kunnen twee polen makkelijk tegenover elkaar stellen en zeggen dat ze relatief zijn. We kunnen makkelijk zeggen dat goed, kwaad, mooi, lelijk en meer van deze waarden geheel afhangen van onze eigen visie daarop. Met andere woorden, deze waarden zijn niet objectief, er is geen vaste waarde goed, geen vaste waarde kwaad etc. etc. Dit is, voorzichtig gezegd, een kwestie van perspectief.
Op het moment dat onze zintuigen geen meer verschil kunnen meten, dan hebben ze volgens mij geen functie meer. Hun functie is namelijk het bewustzijn verschaffen van informatie waarmee het kan werken. Maar mochten we in de bizarre situatie belanden dat wij geen verschil meer meten, geen ver, geen dichtbij, geen donker of licht, geen warm of koud, en zelfs geen lichaam waarnemen of een bepaalde constructie om ons heen, wat valt er dan te doen?
Wanneer alles een kwestie van perspectief is, bestaan er geen vaste waarden. Deze uitspraak is, wederom, een kwestie van perspectief. Het feit dat wij alles relatief waarnemen, betekent namelijk niet dat er geen vaste waarden bestaan, maar dat wij die mogelijk niet waar kunnen nemen. Misschien bestaat er wel zoiets als zuiver wit of zuiver duisternis, maar zien wij alleen het kleurenspectrum ertussen. Wij zouden met de Verlichtingsfilosoof Kant kunnen zeggen 'Wat wij kunnen kennen, is niet. Wat is, kunnen wij niet kennen.' En met Plato: 'Slechts het eeuwige is waar, het tijdelijk is illusie.'
Twee soorten kennis
Wat is namelijk een voorwaarde om tot kennis te komen? Dat is om iets waar te nemen dat waar is. En wat is waar? Waar is wat altijd en ongeacht alle omringende omstandigheden hetzelfde is (m.a.w. waarheid is contextonafhankelijk). Hoe kunnen wij dan iets waarnemen dat waar is? Zijn wij immers zelf niet altijd bepaald door verschillende contexten? Wat wij kennis noemen is in feite valsspelen. Wij noemen iets een feit en pretenderen daarmee dat iets onveranderlijk is, terwijl het wellicht en waarschijnlijk veranderlijk is. Ga maar na: we noemen Parijs de hoofdstad van Frankrijk. Misschien is er op dit moment, zonder dat wij het weten, een andere stad verkozen tot hoofdstad. Niet erg waarschijnlijk.
Ik maak daarom een (voorlopig) onderscheid tussen functionele kennis en abstracte kennis. Functionele kennis bestaat uit een set feiten die wij gebruiken om de wereld om ons heen te categoriseren. Nederland noemen we Nederland, een fiets een fiets, dat zijn feiten. Een fiets is een fiets. Wat een onzin. Maar het werkt wel. Maar het wordt anders wanneer we gaan kijken naar abstracte kennis. Dit gaat in mijn wereld over kennis van eigenschappen. En mooi, lelijk, goed en kwaad zijn eigenschappen. Maar wat is de ontologische status van die eigenschappen?
Bestaat er zoiets als rood? Wat is lelijk? Dit druist in tegen mijn verwijzing naar de uitspraak van Kant met wie ik het eens ben, want wat is, kunnen wij niet kennen. Maar wat rood is, is een verkeerde vraag. Het is eigenlijk een beetje domme vraag, want wat rood is, bepalen wij volkomen zelf. Wij geven het beestje een naam. Het enige wat wij hoeven doen is overeenkomen welke roodtint wij absoluut rood noemen. Wij hoeven alleen maar te typeren wat absoluut mooi is en we zijn klaar. Zie je? Ze zijn niet relatief. We gaan voorbij aan het feit dat onze waarnemingen van nature geen etiketten hebben.
Onbepaald zijn
Wat is, kunnen wij alleen kennen door eigenschappen. En wij kennen eigenschappen, omdat we ze zelf een naam hebben gegeven. Maar wat is dan rood? Stel dat we een vierkant, groen stukje plastic nemen, wat is er dan van plastic? Wat is er groen? Het vierkantje? Wat is er dan vierkant? Het zijn eigenschappen van wat? Het bestaan is zelf geen eigenschap van verschijnselen/fenomenen, maar de fenomenen zijn ingesloten in het bestaan van de mogelijkheid tot bestaan. Oftewel het fenomeen blauw kan bestaan, omdat het bestaan bestaat, omdat mogelijkheid bestaat. Zouden we ons alleen maar een blauwe ruimte inbeelden, als onzichtbare toeschouwer, als zuiver bewustzijn, dan zouden wij zelf de achtergrond zijn waartegen het blauw betekenis krijgt. Er is dan geen 'achtergrond', geen contrast, geen verschil. Alleen omdat we zo gebonden zijn aan onze lichamelijkheid zouden we denken dat we vanuit een bepaald perspectief die blauwe ruimte waarnemen.
Zuiver zijn of bewustzijn is de achtergrond waartegen alles zich afdrukt. Zijn is zelf geen eigenschap. Zijn is. Zuiver Zijn kunnen we net zo goed Niet-Zijn noemen, want het heeft geen specifieke eigenschappen en is dus ook niet te kennen.* En als we het niet kunnen kennen, hoe kunnen we dan weten dat het IS? Kan iets zonder eigenschappen bestaan? Ja, want het zijn niet de eigenschappen die ervoor zorgen dat iets bestaat, maar het Zijn, de mogelijkheid tot bestaan. Eigenschappen zorgen ervoor dat wij kunnen waarnemen, immers, zonder eigenschappen geen verschil en zonder verschil geen waarneming. Er is differentiatie voor nodig om tot waarneming kunnen komen. Zonder differentiatie is er niets en niemand om een identiteit vast te leggen en zonder identiteit is er geen referentiepunt van waaruit je iets 'anders' zou kunnen noemen. Maar staat het ongedifferentieerde dan tegenover het gedifferentieerde? Is het onbenoembare de achtergrond van het benoembare? Is dit werkelijk zo of is dit simpelweg een construct van ons verstand dat weer tegen iedere pool een tegenpool zet?
Het antwoord is: PARADOX.
Zoek het maar uit!
* Zie voor een onderbouwing en verheldering van deze opvatting de blog 'Waarom ALLES ≡ NIETS'
They must find it difficult. Those who take authority as the truth. Rather than truth as the authority.
- Veritas's blog
- login of registreer om te reageren

Kant 'Wat wij kunnen kennen, is niet. Wat is, kunnen wij niet kennen.' Mooie uitspraak vind ik dit. Weet je ook (in het kort) zijn gedachtengang hierbij?
Goed stuk! Soms beetje lastig om te volgen, maar aan de andere kant juist fijn de hersentjes eens goed te laten kraken
Dankjewel.
PS: aan het eind van je artikel verwijs je naar een andere blog, ik heb er voor het gemak even een linkje van gemaakt.
Zoals ik zelf al merkte tijdens het lezen zou je jezelf in deze materie of in deze vraagstukken helemaal kunnen verliezen. En in mijn eigen behoefte aan relativiteit en perspectief komt er dan sterk het volgende idee bij me naar boven:
Wat we zien, benoemen en waar we eigenschappen aan toe kennen is altijd maar een moment opname waarin heel even de kaders vastgesteld worden zodat we er een mening over kunnen hebben. Die interpretatie is van belang voor dat moment, voor het maken van een volgende beslissing of het uitvoeren van een handeling. Achteraf kan vaak blijken dat verschillende mensen in eenzelfde situatie een heel andere herinnering hebben of een andere betekenis geven aan hetgeen zich heeft afgespeeld. Eigenlijk is dat helemaal niet meer belangrijk, de waarneming heeft alleen echte betekenis op het moment dat hij gedaan wordt. Ware het niet dat wij mensen het onszelf altijd zo moeilijk maken door dat wat geweest is met ons mee te dragen en als referentiekader toe te passen op onze waarnemingen en de interpretatie van onze waarnemingen. Dat is aan de ene kant heel handig, als je eenmaal weet dat zo'n groot geel/wit/zwart gestreept beest, dat we nu een tijger noemen, gevaarlijk is, dan hoef je daar niet keer op keer opnieuw achter te komen. Maar in veel gevallen hindert deze rugzak met brillen ons eigenlijk alleen maar omdat onze waarnemingen vaak al geïnterpreteerd zijn en dingen of mensen al beoordeeld zijn voor we er echt bij stil hebben kunnen staan. En dat maakt ons eigen oordeel zeer onbetrouwbaar. Misschien is het daarom wel zo dat we soms, als we ergens een nachtje over geslapen hebben, ineens minder negatief denken over iets wat zich heeft voor gedaan. Maar is dat dan objectiever of juist subjectiever? Is het langer nadenken over iets, of het iets de tijd geven om te bezinken, meer 'waar' of doen we dan eigenlijk niets anders dan er achteraf een mooi kader omheen boetseren om het plaatje zo te maken dat het ons bevalt? Ah kijk, ik verlies mezelf alweer in dit vraagstuk. ;-)
Ook al lijkt het soms alsof we overal tegenpolen van maken en overal een betekenis aan geven, dat is denk ik niet zo. Het moeilijke daarbij is dat we alleen betekenis geven aan de dingen waar we betekenis aan geven. De dingen die aan ons voorbij gaan, omdat ze op dat moment niet van belang zijn of omdat onze hersenen op dat moment simpelweg niet in staat zijn ze waar te nemen, daarvan hebben we geen weet. We weten niet wat we niet weten, we zien niet wat we niet zien. Dat gebeurt in het dagelijks leven met kleine dingen om ons heen, elke dag en verschillend van mens tot mens (aldus verschillende herinneringen over dezelfde gebeurtenis). Misschien is het ook wel zo dat 'de mensheid' als geheel op grote schaal bepaalde zaken niet ziet, niet waarneemt, of onbewust waarneemt maar er geen of niet de juiste betekenis aan kan geven omdat het niet past in onze manier van interpreteren.
Ja, het is hoe dan ook altijd goed om in elke vorm van waarneming, interpretatie en beoordeling te relativeren met de wetenschap dat alles relatief is, dat we alleen weten wat we weten en niet wat we niet weten en dus onze zwaar serieuze behoefte om alles dat we zien en meemaken te archiveren als absolute waarheid soms niet heel erg serieus moeten nemen....?
Leuk stuk!
"A human being is part of a whole, called by us the ‘Universe,’ a part limited in time and space. He experiences himself, his thoughts and feelings, as something separated from the rest—a kind of optical delusion of his consciousness. This delusion is a kind of prison for us, restricting us to our personal desires and to affection for a few persons nearest us. Our task must be to free ourselves from this prison by widening our circles of compassion to embrace all living creatures and the whole of nature in its beauty."
"The belief in an external world independent of the perceiving subject is the basis of all natural science. Since, however, sense perception only gives information of this external world or of "physical reality" indirectly, we can only grasp the latter by speculative means. It follows from this that our notions of physical reality can never be final. We must always be ready to change these notions—that is to say, the axiomatic basis of physics—in order to do justice to perceived facts in the most perfect way logically."
Albert Einstein
Reality is merely an illusion, albeit a very persistent one...
Ik kom het verst door er zo over te denken:
1) het ervarend organisme is onderdeel van de ervaren omgeving;
2) de gekende omgeving is onderdeel van het kennend organisme.
Het organisme zet ervaring om in kennis; de omgeving zet het gekende om in het ervarene.
Overigens heeft dit alles te maken met Kant's dubbele tweedeling: synthetisch en analytisch, priori en posteriori.
Ja we zien wat we willen zien en we leren waar we al een concept voor hebben. Maar we zijn onderdeel van de omgeving en die manipuleert ons de ene keer in de ene richting en de andere keer in de andere, en blijft toch zichzelf, met evenveel materie en energie, met een economie van geld en van aandacht die streeft naar stabiliteit, met een terugkerende historie waar we al of niet van geleerd hebben, etc. Deze object oriëntatie zorgt er dus voor dat het geheel vroeg of laat toch nog een beetje komt samen te hangen. Vertrouw er maar op!
"Bergson says that we should suppose that perhaps there is no other color than orange. Yet, if we could enter into orange, that is, if we could sympathize with it, we would “sense ourselves caught,” as Bergson says, “between red and yellow.” This means that if we make an effort when we perceive orange, we sense a variety of shades. If we make more of an effort, we sense that the darkest shade of orange is a different color, red, while the lightest is also a different color, yellow. Thus, we would have a sense, beneath orange, of the whole color spectrum. So, likewise, I may introspect and sympathize with my own duration; my duration may be the only one. But, if I make an effort, I sense in my duration a variety of shades. In other words, the intuition of duration puts me in contact with a whole continuity of durations, which I could, with effort, try to follow upwardly or downwardly, upward to spirit or downward to inert matter (The Creative Mind, p. 187)." plato.stanford.edu/entries/bergson/
Ik geloof dat perspectieven in elkaar overvloeien, alsof je uit het treinraampje naar de horizon staart en ziet dat alle perspectieven naar hetzelfde punt gaan, net zoals onze oriëntatie op het object dat wij werkelijkheid noemen, door het object tot alle andere oriëntaties wordt herleid. Een perspectief en een oriëntatie zijn dus mogelijk hetzelfde/dezelfde.
@ iedereen: bedankt voor jullie boeiende opmerkingen en gedachten! Monique, heb je m'n andere blog gelezen? Je opmerking "Het moeilijke daarbij is dat we alleen betekenis geven aan de dingen waar we betekenis aan geven" deed me namelijk meteen denken aan het idee dat ik daar beschrijf 'dat de dingen zich zo voordoen, omdat wij ze zo interpreteren'. Overigens ben ik, ondanks deze bewering, geen volkomen perspectivist.
@ Ron: interessant dat je Bergson er bij betrekt. Ik denk dat, als je zijn intuïtieve methode handhaaft en sympathiseert met het 'object' van onderzoek, dat net zo min een object is als de beweging van je arm (durée!) een reeds gegeven mathematische lijn met aan elkaar te relateren punten is, je er dan in kunt doordringen en tegelijk een meer objectieve waardering kunt geven van het onderzochte (waarbij objectief een povere naam is voor... verisimilitudair?). En dit is zelf een paradox, voor wie in subjectiviteit en objectiviteit tegenpolen wil zien. Ik denk dan ook dat Bergson deze zelf heel mooi aanstipt in zijn hele oeuvre, vooral met betrekking tot de rol van geest en materie en het hele evolutiedrama.
Groet, V.
V, ja, dat doet hij heel prachtig en iedereen aanraadbaar. Hij heeft tenslotte niet voor niets de Nobelprijs literatuur gekregen in 1927, ook al was dat eigenlijk voor filosofie (waarvoor die prijs niet bestaat). De schitterende metaforen. De autopoiesis, die als ik het goed heb juist als concept enige decennia later is afgeleid uit zijn intuïtieve methode ofwel intuïtie van de Duur. Object en Subject noemt hij heel subtiel, aan het eind van zijn leven, in zijn laatste boek (voor zijn postmortem Creative Evolution, 1947), De Twee Bronnen Van Moraal En Religie, zoals je weet, want je bent goed ingevoerd lees ik. Hij zegt het niet zo duidelijk, maar ik maak op dat hij tijd en ruimte ziet als die twee bronnen, ofwel energie en materie. Ik vind trouwens niet dat hij met paradoxen blijft zitten, hoewel er nog heel wat te graven valt in zijn filosofie (wat ik probeer). Hij verbindt de twee net als Einstein dat deed en daarover hebben ze nog geruzied voor de radio, toen mijn grootmoeder nog tegen mijn grootvader zei dat ze "geen vreemde man in haar huis wilde" want dat was wat radio deed, vond men toen. De tijden zijn veranderd, maar de Durée van Bergson is tijdloos of eeuwig imho.
Lions Jersey
Ndamukong Suh Jersey
Calvin Johnson Jersey
Barry Sanders Jersey
Jahvid Best Jersey
Matthew Stafford Jersey
Tony Scheffler Jersey
Nick Fairley Jersey
Kevin Smith Jersey
Keiland Williams Jersey
Lions Customized Jersey
Lions Jersey