Maatschappelijke solidariteit: Vervreemding (deel 2 van 3)

afbeelding van Remco

In deze blog ga ik in op het standpunt van Weber, in deel 1 kun je het standpunt van Durkheim terugvinden, en in deel 3 de uiteindelijke conclusie.

Vervreemding

In het vorige blog beschreef ik hoe de maatschappelijke solidariteit in het handelen van het individu een steeds kleinere rol gaat spelen. In dit blog beschrijf ik aan de hand van Weber precies het tegenovergestelde; het individu past zich voortdurend aan aan de boven-individuele belangen.

De Stalen Kooi

Dit heet niet voor niets vervreemding; het individu moet zich aanpassen aan vreemde structuren en systemen waar het zich niet in herkent. Om weer het voorbeeld uit het vorige blog te gebruiken (wanneer je ziek bent): de warmtevolle familie wordt vervangen door het koude ziekenhuis, waar zorg steeds meer op de achtergrond wordt gedreven door de efficiëntie waar een ziekenhuis tegenwoordig aan moet voldoen om het betaalbaar te houden. Je krijgt je pensioen, maar moet daarvoor wel allerlei processen door, formulieren invullen, administratie bijhouden, enzovoort; iets waar de meeste mensen geen wijs uit worden. Er zijn talloze andere voorbeelden te noemen waarin de moderne mens zich aanpast aan ‘het systeem’. In sommige gevallen wordt er hierdoor zelfs naar de mens verwezen als ‘schapen’, mensen die zo ingebakken zitten in het systeem met de daarbij behorende opvoeding, scholing, of zelfs (en nu wijk ik af van Weber en betreed ik eigenlijk het domein van Foucault) disciplinering of indoctrinering, waardoor anders denken dan gebruikelijk is onmogelijk lijkt te zijn geworden. Denk ook aan de impliciete oproep van de overheid om privacy in te leveren voor zogenaamde veiligheid. Het individu past zich aan aan het boven-individuele belang, en verliest daarbij een deel van zijn identiteit en het vertrouwen in zijn omgeving. Weber sprak in dit geval van een ‘stalen kooi’, waar niet uit te ontsnappen viel. Later noemden anderen dit ook wel een ‘fluwelen kooi’, omdat de mensen zo verslaafd zouden zijn geworden aan deze gewoontes en comfort (niet denken aan de ellende in de wereld is toch wel een stuk fijner voor jezelf) dat ze zelfs verlangen in deze toestand te blijven.
 

Conclusie deel 2
 

Weber zag organisaties enerzijds als rationaliteit in zuivere vorm, maar anderzijds zag hij het in het kader van de vervreemding als grootste bedreiging; de organisatie is de plek bij uitstek waar het individu ondergeschikt is aan boven-individueel belang, namelijk dat van de organisatie. Waar Durkheim juist organisaties of andere intermediaire instituties zag als het middel tegen anomie, zag Weber ze juist als veroorzaking of versterking van de vervreemding. En aanpassing aan boven-individuele belangen is ook in onze tijd erg belangrijk als we als maatschappij niet helemaal uit elkaar willen vallen als los zand. Om ons tegen de vervreemding te weren moeten we dus in bepaalde mate autonoom zijn, of weer zoals ik het eerder zei; individuele volwassenheid. Hier ga ik in het volgende deel op in.