Maatschappelijke solidariteit: de Deugd (conclusie, deel 3 van 3)

afbeelding van Remco

In dit laatste deel trek ik conclusies uit de voorgaande delen (1 en 2).

Wat betekent dit voor ons?

Weber zag organisaties enerzijds als rationaliteit in zuivere vorm, maar anderzijds zag hij het in het kader van de vervreemding als grootste bedreiging; de organisatie is de plek bij uitstek waar het individu ondergeschikt is aan boven-individueel belang, namelijk dat van de organisatie. Waar Durkheim juist organisaties of andere intermediaire instituties zag als het middel tegen anomie, zag Weber ze juist als veroorzaking of versterking van de vervreemding.
Concluderend kunnen we zeggen dat de solidariteit, gemeenschapszin, onderlinge verbondenheid iets is waar we ons bewust van moeten worden en naar moeten handelen, zonder de individuele vrijheid te beperken. Als dit al mogelijk is, vraagt dit in ieder geval een bepaalde mate van volwassenheid van elk individu. Organische solidariteit is namelijk prima nodig, zolang het individu zich verbonden voelt met het geheel. Anderzijds moeten we de indivuele verantwoordelijkheid wel in dergelijke mate behouden, dat we autonoom blijven en ons kunnen verweren tegen de vervreemding. Maar ook hier is een bepaalde vorm van solidariteit nodig; herkenbare solidariteit, en niet de solidariteit door vreemde structuren van bijvoorbeeld overheid of bedrijf.

De vraag hoe wij de maatschappij zo kunnen veranderen dat er weer echt sprake kan zijn van solidariteit tussen mensen, en de vraag hoe we mensen weer autonoom, voor zichzelf denkend krijgen, staan al vanaf het begin af aan centraal bij Zoek de Waarheid, evenals het zoeken naar waarheid omwille van de eigen ontwikkeling en omwille van de waarheid zelf. Deze vragen zijn vragen naar de aard van onze eigen samenleving, en dus naar de aard van ons eigen denken en doen. Want uiteindelijk zijn wijzelf het die deze structuren in stand houden, evenals dat deze structuren bepaalde manieren van handelen mogelijk maken. Het afschuiven van de verantwoordelijkheid op bedrijven of overheden is dus niet mogelijk, als niet tegelijk ook kritisch gekeken wordt naar het denken en handelen van jezelf.

Dit terzijde, hoe kan een vorm bereikt worden waar zowel de individualiteit als de solidariteit tot zijn recht komen?

Wat hebben wij nodig?

Bezieling
 

Allereerst zou ik kort aan willen geven dat sinds Nietzsches dood van God die wij slechts nu werkelijk beginnen te ervaren, het verlies aan religie, waarden, of liever gezegd de bezieling voor iets dat groter en mooier is dan onszelf, we op onszelf zijn aangewezen; wijzelf zijn verantwoordelijk voor wat er nu in de wereld gebeurt, en kunnen het niet langer op een ander afschuiven dan op onszelf. En ik zal de laatste zijn die zegt dat we terugmoeten naar de almachtige Kerk van vroeger, of dat de we terug moeten naar de normen en waarden van de jaren 50, maar wat ik wel erg mis in onze wereld is een stukje bezieling, dus iets waar we onze ziel en zaligheid in leggen, zoals de polis dat vroeger bij de Grieken was en de planeet als geheel (zowel als het gaat om milieu, politiek als solidariteit) onze bezieling nodig heeft. Ik zoek het laatste stukje betovering in de wereld, en hoop jullie daar te treffen.
 

Kritische bezinning
 

Om daar te komen is een kritische bezinning nodig, een oprechte en diepgravende reflectie op onszelf, en waar we nu eigenlijk mee bezig zijn. Tegelijk weet ik hoe onmogelijk dit eigenlijk is om te vragen, en te simpel om echt een oplossing te kunnen bieden. Toch is het nodig dat een groter deel van de bevolking dit soort vragen gaat stellen. Hoe komt het toch dat dit alles gebeurt? Hoe kan het zijn dat we ons massaal aanpassen aan de norm dat privacy ondergeschikt is aan schijnveiligheid, maar dat we onderweg vergeten dat we ook op een normale manier met elkaar om kunnen gaan en elkaar niet de hersens in hoeven te slaan uit frustratie?
 

Maatschappelijke, zedelijke volwassenheid
 

Ik doel eigenlijk op een soort van volwassenheid, waarin de individuele mens zich dit soort vragen stelt, en zelf de verantwoordelijkheid neemt. Dit is de mens waar Nietzsche op hoopte na de door hem beschreven ‘dood van God’, het soort mens dat we nog steeds niet geworden zijn. Veel van de lezers hebben misschien wel hun eigen idee bij het woord deugd. De deugd is voor mij iets redelijk romantisch, het goede omwille van het goede, zoals Socrates bij de oude Grieken. Deugden als voortreffelijkheid van karakter, moed, rechtvaardigheid, mededogen, enzovoort, en daarnaar handelen, dat is wat we nodig hebben. Hoewel de deugdethiek al enige tijd uit de mode is, verwacht ik dat de deugdethiek nog eens een enorme opleving zal hebben.
Maar hoe bereiken we deze deugdzame mens? Er zijn verschillende opties, die tevens hun eigen problemen met zich meebrengen.
 

Opvoeding.

Misschien heeft de juiste opvoeding er alles mee te maken. Ik denk zeker dat dit een zeer sterk punt is, dat een deel van het probleem bij de wortel aanpakt. En gezien het aantal kinderen dat tegenwoordig buitenshuis wordt opgevoed daar we allemaal tweeverdieners zijn geworden, baart me dat grote zorgen. Dat probleem even daar gelaten, kun je je alleen afvragen wanneer iets een goede opvoeding is waarin deugden aangeleerd worden, of wanneer je kunt zeggen dat de mens dan des te meer gevormd wordt, als in genormaliseerd, geconditioneerd, gegoten in een keurslijf waar niet meer uit te treden valt. Ik denk zelf dat dit wel meevalt, juist als het om deugden gaat, omdat de deugden genoeg ruimte overlaten of zelfs vrijmaken voor een autonome, sterke persoonlijkheid. Anders dan andere moralen waarbij normen en waarden geïndoctrineerd moeten worden, kan de voortreffelijkheid van karakter ervoor zorgen dat er een nieuwe generatie ontstaat waarin het juiste evenwicht gevonden is. Dan blijft alleen wel de vraag over hoe we zover komen; kan de overheid iets sturen waarvoor de ouders niet klaar en bereid zijn? Treffen we hier tegelijk niet de autonomie van de ouders, die zelf willen beslissen hoe ze hun kinderen opvoeden? Natuurlijk wel, en daarom moet er een andere manier zijn waarop de opvoeding als vanzelf een bepaalde richting volgt of zich op een bepaalde manier ontwikkeld. Paradoxaal genoeg moet de huidige tijdsgeest dus veranderd worden om de opvoeding te veranderen, en moet de opvoeding veranderen om de tijdsgeest te veranderen. Beide beïnvloeden elkaar, en de kunst zou dan ook zijn om een opwaardse spiraal te creëren waarin deze twee elkaar versterken en de wereld er in enkele generaties een stuk leefbaarder op is geworden.
 

Nieuwe Verlichting

Is er misschien een nieuwe Verlichting nodig zoals enkele eeuwen geleden, waarin de Westerse samenleving echt begon te individualiseren en rationaliseren? Hebben we ditmaal een weer levensbeschouwelijke wedegeboorte nodig? Een filosofie van de levenskunst? Hoewel filosofie de laatste jaren als iets gezien wordt wat stoffig is en ver van de werkelijkheid staat, vergeet men dan dat zelfs deze gedachte mede mogelijk is gemaakt door de verandering van het denken dat mede dankzij de filosofie is ontstaan. Juist deze wetenschappelijke rationele houding die wij ons aanmeten vindt haar oorsprong voor een groot deel in de filosofie. Het zou niet de eerste keer zijn dat een ethische filosofie het dagelijkse handelen van de gewone man bereikt. De vraag is alleen wat voor zo’n wedergeboorte nodig zou zijn. Sommige hopen op 2012, wat voor mij slechts alleen hopen kan zijn, en niet zo zeker als bepaalde mensen ons willen doen geloven. Ook de daarbij behorende ‘kwantumsprong’ in het menselijk bewustzijn en de groei van intelligentie en andere gaven kunnen we niet zomaar voor lief aannemen; waarom hopen op een wonder als het in je vermogen ligt de wereld vandaag de dag al een stukje mooier te maken?
Maar als ik eerlijk ben is ook een nieuwe wedergeboorte als filosofische stroming iets waar slechts op gehoopt kan worden; het huidige postmodernisme lijkt deze ontwikkeling alleen maar in de weg te staan, en het New Age denken lijkt slechts een slap aftreksel te zijn geworden van het holistische denken waar het voor stond. Dus wat blijft er dan over?
 

Conclusie.
 

Waar we op hopen kunnen we kracht bijzetten door ernaar te handelen. Het moet ergens beginnen. En als wij die het besef hebben ook gaan denken en handelen volgens de deugd, met bezieling, dan kunnen we het goede voorbeeld geven. Je helpt de wereld niet door complotten te beschrijven en ze vooral zo te beschrijven waardoor het spannender wordt dan het in werkelijkheid is. Je helpt de wereld er niet mee door doodverwensingen aan de overheid, hoe slecht ze in jouw ogen ook is. Om de wereld een stukje beter te maken zul je eerst je ergste vijanden moeten vergeven en ook eerlijk zijn tegenover jouw eigen bijdrage aan het kwaad in de wereld. Goedheid wordt geboren door zowel de goeden als de slechtheid goed te behandelen. Hoe klein en onbeduidend je zelf misschien ook bent in relatie tot het welzijn voor de gehele wereld, en je de wereld er niet mee helpt alle problemen op je schouders te nemen, kun je zowel je eigen leven als het leven van anderen aanzienlijk aangenamer maken door het goede voorbeeld te geven, sociaal, solidair, oprecht te zijn, of welke deugd jou verder ook aanspreekt. Wanneer dit maatschappelijk wordt opgepakt of zelfs een onderstroom in de maatschappij wordt, of zelfs wanneer alleen jij zo handelt, kan je juist diegene inspirerend die ooit misschien een wereldveranderend boek schrijft, film maakt, of een stroming aanwakkert die zorgt voor alles waar we op hopen.
 

 


Boekentips

Hoewel er enorm veel boeken zijn die hiermee te maken hebben en specifieke punten dieper ingaan, wil ik twee boeken aanraden die je begrip van dit alles enorm zullen vergroten:
-    Paradoxen van Modernisering, Van der Loo et al.
-    Tijd van Onbehagen, Ad Verbrugge.
 

Kanttekeningen
 

Over de deugd
Ik heb te veel met het Taoïsme om met opgeheven vingertje te praten over hoe iemand zich dient te gedragen, en met het propaganderen van de deugd, zeker aangezien de houding van het Taoïsme tegenover de Confucianisten, een houding die in mijn ogen zeer terecht is. Ik wil er in het kader van dit blog niet dieper op ingaan wat de Taoïstische opvatting over de deugd is. De kans is groot dat ik daar nog een blog over zal schrijven. Belangrijk is in ieder geval om te beseffen dat waar over deugden gesproken is, er duidelijk een gebrek aan deugd is. Wanneer mensen naar de deugd handelen om zo een goede naam te verwerven, kan er geen sprake zijn van deugd. Dat is slechts schijnheiligheid. Wanneer sommige mensen ‘goed’ worden genoemd, worden andere mensen ‘slecht’. Wanneer dan gevangenissen vol zitten met mensen die niet aan onze normen voldoen, kunnen wijzelf ons dan op de borst kloppen dat we zo goed zijn? Iemand die de Ware deugd bezit, is zo omdat hij zo is, en niet omdat dat toevallig ‘medemenselijkheid’ genoemd wordt.
Tegelijk besef ik me dat deze Taoïstische opvatting, die hier niet genoeg is uitgewerkt natuurlijk, erg veeleisend is. Toch verdient het een voetnoot.
 

Paradoxen
Er worden in de tekst een aantal ontwikkelingen besproken die paradoxen zijn, de belangrijkste natuurlijk zijn de anomie versus de vervreemding. Aan de ene kant voert het individu de boventoon, aan de andere kant de maatschappelijke wil. Beide zijn ze niet altijd goed of slecht, dus het is ook niet makkelijk aan te wijzen wat de juiste weg is. De neiging is waarschijnlijk groot om te zeggen dat niet beide uitgangspunten waar kunnen zijn, toch kunnen we allemaal zien dat de effecten van beide denkbeelden terug te zien zijn in onze maatschappij. Het boek Paradoxen van Modernisering gaat hier dieper op in: “Ieder verschijnsel van meerduidigheid, het onlogische in ons denken en doen, het onberekenbare (contingentie in de wetenschap) kunnen we opvatten als het paradoxale, als het effect van tegengestelde krachten die we niet op één noemer kunnen brengen en die zo gezien altijd een provocatie zullen zijn voor een denken dat eenduidigheid als enig doel heeft.” (pag. 318)