Kritiek op Descartes' Meditaties van de filosofie

afbeelding van Remco

Descartes staat als filosoof bekend om zijn radicale twijfel. Zo twijfelde hij in zijn Meditaties aan zijn eigen zintuigen, en of hij zelfs wel met zekerheid kon weten of hij wakker was, op zoek naar het vaste, het fundamentele, de ware kennis. Ik heb daarover een stuk geschreven, maar je moet de Meditaties van Descartes wel kennen om te begrijpen waar het over gaat. Excuses daarvoor. Ik hoop dat er Descarteskenners zijn; mocht het een liefhebber zijn dan zal die zeker met me in discussie willen gaan

 

Meditatie 1

Descartes gaat op zoek naar een fundament voor ware kennis, en geeft in deze meditatie aan dat zijn zintuigen hem soms bedriegen en dat we deze dus niet mogen vertrouwen. (18 - Ik maak hier gebruik van de standaard nummering van Descartes’ werk)  Je kunt je afvragen of dit aan de zintuigen te wijten is. De zintuigen geven objectief door wat ze waarnemen en veranderen niets aan wat er binnenkomt. Iemand kan ver van een ronde toren gaan staan en zeggen dat het een rechthoek lijkt, maar zodra hij de omstandigheden verandert door dichterbij te gaan staan, ziet hij dat de toren rond is. Bedriegen zijn zintuigen hem dan, of bedriegt hij zijn zintuigen?
Desalniettemin, sinds vorig jaar is bekend dat wij jaarlijks honderden miljoenen kilo’s ‘nepkaas’  eten, een mix van plantaardige olie, zetmeel, kleur- en smaakstoffen, zonder dat we dit weten. Onze zintuigen vertellen ons dat we kaas op onze pizza hebben, maar in werkelijkheid bevindt er zich geen enkele ‘kaasheid’ op onze pizza’s. Het ziet er uit als kaas, proeft, en ruikt als kaas, maar het is het niet. Zintuigen kunnen dus bedrieglijk zijn, maar ook in dit voorbeeld was de mens de werkelijke bedrieger.
De volgende stap van Descartes: dit alles kan een droom zijn (19). Ik kan maar één criterium onderscheiden: er bestaat voor mij op het moment van schrijven geen twijfel dat ik wakker ben, alles is veel gedetailleerder en bewuster dan wanneer ik droom. Echter, misschien zijn de momenten die ‘wakker aanvoelen’ juist wel de droom .  De Tao grootmeester Chuang Tzu droomde eens dat hij een vlinder was. Hij fladderde hier en daar en had geen besef van zijn eigen individualiteit. Hij was alleen maar een vlinder. Plotseling werd hij wakker en merkte hij dat hij weer gewoon een persoon was. Enkele momenten later dacht hij echter bij zichzelf: “Was ik eerst een mens die droomde om een vlinder te zijn, of ben ik nu een vlinder die droomt dat hij een mens is?”Als de droom consequenter en helderder dan de werkelijkheid zou zijn, weet je nooit zeker wat echt is.
Verder geeft Descartes aan dat ook meningen onzeker zijn, daarom moeten we alle meningen als onwaar aannemen (22). Meningen zijn mijns inziens altijd deels ‘onwaar’ (beter gezegd subjectief en relatief), dat is inherent aan het begrip mening. Een voorbeeld: ik ben van mening dat er geen ‘leven’ na de dood is, in ieder geval niet als in een hemel of hel. Maar dit kan ik onmogelijk zeker weten. Een ‘zekere mening’ is een paradox. Een mening kan niet zeker zijn; wanneer iets een zekere mening is, dus absolute waarheid en geen relatieve waarheid, dan is het geen ‘mening’ meer maar een waargenomen feit.
Als laatste haalt Descartes in deze meditatie God en de kwade geest aan. (22-23) Slechts God kan ware kennis bieden, en de kwade geest probeert de mens daarvan te weerhouden door zijn goedgelovigheid met zintuigelijke droomspelletjes in de val te lokken.
 

Meditatie 2

Descartes trekt in deze meditatie de conclusie dat hij een denkend ding is, want hoe zijn zintuigen hem ook bedriegen, het is zeker dat hij twijfelt of denkt en dus bestaat (27). Er is kritiek mogelijk op het ‘ik’, het ‘denken’, en het ‘zijn’.
Ten eerste heeft Lichtenberg  (Aangehaald in Simon Blackburn, Denk. Lemniscaat 1999, p. 33-34) gelijk wanneer hij zegt dat Descartes slechts heeft aangetoond ‘dat er gedacht wordt’, en niet heeft bewezen dat er een ik is dat denkt. Dit is een aanname van Descartes die niet past bij zijn (geveinsde?) radicaliteit. Hij zou slechts aan kunnen nemen  dat er gedacht wordt, misschien wel door God en niet door hemzelf. Wordt er überhaupt wel gedacht, of is er mogelijk (nog) iets anders aan de gang?
Ten tweede: zijn ‘bewijs’ dat ratio zich nooit vergist, klopt niet is is kunstmatig: slechts datgene wat hij op een heldere en welonderscheiden wijze inziet is werkelijk. Zo zie ik op helder en welonderscheiden in dat Descartes’ dualiteit een hersenspinsel is, is dat dan ook waar volgens Descartes? Rationeel inzicht is contextgebonden. Mensen kunnen een rationele keuze maken, en zich toch vergissen. Het denken is dus geen rotsvaste bodem.
Ten derde zijn conclusie dat er dus al iets bestaat, ‘ik ben’. Ik zou Descartes’ definitie wel willen zien van iets dat bestaat, als hij zo twijfelt aan alles, en wanneer we nu naast de zintuigelijke waarneming en waaktoestand ook het ‘ik’ en het ‘denken’ in twijfel hebben getrokken met behulp van Descartes’ eigen radicaliteit. Hoe concludeert hij dat dat betekent dat hij bestaat, en wat is dat dan precies?
De laatste alinea van deze meditatie heeft Descartes al geïllustreerd met het ‘was-voorbeeld’ (30-32). Zintuigelijk is er niets wat de essentie van was weer kan geven, alleen het verstand kan dat. Dit maakt nogmaals duidelijk dat Descartes de ratio een hogere realiteitswaarde toekent dan zintuigelijke waarneming.
 

Meditatie 3

In deze meditatie tracht Descartes het bestaan van God te bewijzen (40-52). Hoewel hij de indruk probeert te wekken dat de enige mogelijke conclusie is dat God bestaat, laat hij hier nogal wat steken vallen in zijn argumentatie.
Want is het nu wel zo dat iets alleen uit iets voort kan komen dat volmaakter is, dus dat mensen wel door God geschapen moeten zijn (41)? Is de maker altijd volmaakter dan het product? Mozarts symfonieën, Da Vinci’s Mona Lisa, en Kants Kritiek zijn voorbeelden van (onvolmaakte) mensen die iets voortbrachten dat groter dan henzelf was, iets dat grotere volmaaktheid bereikte, zoals een leerling die de meester overstijgt. De maker hoeft niet per se iets of iemand te zijn dat volmaakter is dan het product.
De mens twijfelt, begeert, en is dus onvolmaakt, en dat kan hij alleen bedenken als hij zich kan vergelijken met iets dat volmaakt is: God, zegt Descartes (45-46). Dus God bestaat. Ik zou daar tegenin willen brengen dat de menselijke geest in staat is fictieve zaken in het leven te roepen om zich mee te vergelijken: aliëns (ik ben een aards wezen, dit kan ik alleen bedenken wanneer er niet-aardse wezen bestaan), elfjes (ik bezit geen ultieme schoonheid, dit kan ik alleen bedenken als er elfjes met ultieme schoonheid bestaan), enzovoort. Dit bewijst niets. De grens die hij trekt tussen fantasiedieren (samengestelde ideeën) en God (idee in hem) kan niet gemaakt worden op basis van iets ‘helder en weloverwogen inzien’ (ratio), omdat ik heb aangetoont dat ook de ratio tot vergissingen kan leiden.

 

Meditatie 4

In deze meditatie wil ik met name de onverschilligheid als laagste vorm van vrijheid (58) doordenken. Deze stelling is paradoxaal. Want juist bij ‘onbeperkte vrijheid’ wordt men onverschillig: wie echt vrij is kan zich de positie van onverschilligheid veroorloven. Pas wanneer deze vrijheid beperkt wordt, (men een punt heeft om zich tegen af te zetten) wordt men verschillig en doen de argumenten er toe (wat Descartes dan weer beschrijft als hogere vorm van vrijheid). Ultieme vrijheid (geen beperkingen) zou in zijn filosofie de laagste vrijheid (onverschilligheid) veroorzaken, terwijl de beperking van vrijheid (gevangenschap) een hogere vorm van zijn vrijheid zou veroorzaken (verschilligheid). Descartes’ laagste vorm van vrijheid staat gelijk aan onbeperkte vrijheid.
Daarnaast ziet Descartes in deze meditatie geen reden waarom God hem een volmaaktere geest had moeten geven die alles begrijpt (60-61), maar zegt tegelijk dat God hem niet zou bedriegen. Waar blijft de mogelijkheid dat God hem in al zijn wijsheid bedriegt, net als dat hij hem een gebrekkige geest heeft gegeven? En als Descartes’ geest gebrekkig is, hoe weet hij dan nog zeker dat hij denkt, dus bestaat?

 

Meditatie 5

Descartes stelt hier dat een berg niet bedacht kan worden zonder daarbij een dal te denken, en daarom niet anders kan bestaan dan met een dal. Hij zegt vervolgens dat hij God niet anders kan denken dan bestaand, en dat God dus bestaat (66-67). Maar ik, daarentegen, kan God prima bedenken zonder de eigenschap ‘bestaand’. Ik kan God bijvoorbeeld bedenken als slechts een gedachte, en dat helder en onderscheiden inzien. Wie heeft er nu gelijk? Gedachte waarheid is relatief, werkelijke waarheid is absoluut, dus denken leidt niet tot de waarheid waar Descartes’ naar op zoek is.
 
 

Meditatie 6

In deze laatste meditatie maakt Descartes de scheiding tussen lichaam en geest (86). Hier heeft Ryle kritiek op: de mens vormt één geheel, zoals verschillende gebouwen een universiteit vormen . Voor beide heren valt in principe wel iets te zeggen. Het onderscheid tussen lichaam en geest kan zeker nuttig zijn, zolang dit onderscheid niet letterlijk wordt genomen. Ik stel voor dat we Ryle in ontologisch opzicht gelijk geven, en Descartes in epistemologisch opzicht gelijk geven – al bedoelde hij het wel degelijk ontologisch.

 

Conclusie

Ik kan me er niet aan onttrekken dat Descartes en spel van radicaliteit opvoert om de indruk te wekken dat hij het ‘ware’ vindt: hij gebruikt de radicaliteit om de lezer te betoveren en zo zijn al vooraf gevonden opvattingen als rotsvaste waarheid te presenteren, en niet om deze twijfel ook écht door te trekken totdat ook zijn eigen fundamenten onzeker zijn. Descartes is daarom niet consequent, maar weet dit in eerste instantie goed te masqueren.

 

Opties reactieweergave

Kies uw favoriete manier om reacties weer te geven en klik op "opslaan" om uw veranderingen te activeren.
16 oktober, 2009 - 21:43 | (permalink) Re: Kritiek op Descartes' Meditaties van de filosofie (Score:1)
16 oktober, 2009 - 23:17 | (permalink) Re: Kritiek op Descartes' Meditaties van de filosofie (Score:1)
17 oktober, 2009 - 10:12 | (permalink) Re: Kritiek op Descartes' Meditaties van de filosofie (Score:1)
17 oktober, 2009 - 11:18 | (permalink) Re: Kritiek op Descartes' Meditaties van de filosofie (Score:1)
18 oktober, 2009 - 13:26 | (permalink) Re: Kritiek op Descartes' Meditaties van de filosofie (Score:1)
18 oktober, 2009 - 21:33 | (permalink) Re: Kritiek op Descartes' Meditaties van de filosofie (Score:1)
18 oktober, 2009 - 22:18 | (permalink) Re: Kritiek op Descartes' Meditaties van de filosofie (Score:1)
18 oktober, 2009 - 22:23 | (permalink) Re: Kritiek op Descartes' Meditaties van de filosofie (Score:1)
18 oktober, 2009 - 23:32 | (permalink) Re: Kritiek op Descartes' Meditaties van de filosofie (Score:1)