Nederland als versplinterde eenheidsworst: zijn we straks onbestuurbaar?

De Tweede Kamerverkiezingen van 9 juni a.s. beloven reuzespannend te worden. PvdA, CDA, VVD en PVV: volgens de peilingen zullen ze alle vier minstens 20 zetels gaan behalen. Hierdoor dreigt het straks erg lastig te worden om een coalitie te gaan vormen. Haast geen enkele denkbare coalitie van drie partijen haalt de minimale meerderheid van 75+1 zetel. Een coalitie die bestaat uit vier partijen is op nationaal niveau nog nooit voorgekomen en het lijkt ondenkbaar dat dit een evenwichtig en daadkrachtig kabinet kan opleveren. Zonder te vervallen in hypothesen over alle mogelijk haalbare coalities vraag ik me af hoe het zover heeft kunnen komen. Een artikel over de vorming van ons politieke landschap, de opkomst van de zwevende kiezer en de politieke patstelling waarop we dreigen af te stefenen.

Verzuiling

Om te begrijpen hoe de politiek in Nederland zich recent heeft ontwikkeld, wil ik u graag meenemen naar de jaren '50 van de vorige eeuw. De Nederlandse maatschappij was in de loop van de decennia daarvoor langzaam steeds meer verzuild geraakt. Dit wil zeggen dat er in de samenleving vier groepen mensen waren met allevier een eigen levensovertuiging. Deze groepen leefden gescheiden, organiseerden zich gescheiden en kenden hun eigen politieke partijen, vakbonden en omroepen. Samen droegen ze de maatschappij en daarom werd er ook wel gesproken van zuilen. Het ging hier om de katholieke, protestanten, liberalen en later ook de socialisten als vierde zuil. Je werd geboren in een zuil en stierf in een zuil. Je levensovertuiging werd je van hogerhand opgelegd. En wie voor een dubbeltje geboren was, werd helaas nooit een kwartje. Op welke politieke partij je stemde, was ook geen punt van discussie. De katholieken stemden RKSP, later KVP. De protestanten hadden verschillende stromingen en zo ook verschillende partijen: ARP, CHU, GPV en RPF. De liberalen vormden uiteindelijk de VVD en de socialisten, die bestonden uit communisten en sociaal-democraten, hadden respectievelijk de CPN en SDAP, de latere PvdA.

Ontzuiling

Door o.a. de opkomst van de televisie en de vrijere denkbeelden die de nieuwe massamedia met zich meebrachten, begon de Nederlandse samenleving vanaf eind jaren '60 haar zuilen snel te verliezen. Ineens kregen mensen de vrijheid om zelf hun levensovertuiging te kiezen en te bepalen bij welke politieke partij ze zich dan zouden willen aansluiten. Deze vergroting van de individuele vrijheid bracht naast een stevig optimisme in de maatschappij ook een uitdaging voor politieke partijen met zich mee om hun kiezers aan zich te blijven binden. Omdat opvoeding een grote rol speelt bij politieke voorkeur en de ouders van de toenmalige jeugd nog wel "verzuild" waren, waren de gevolgen van de ontzuiling niet direct zichtbaar. Daarnaast probeerden de politieke partijen hun draagvlak te vergroten door te fuseren: KVP, ARP en CHU vormden CDA; GPV en RPF vormden ChristenUnie/SGP en de CPN ging op in wat wij nu GroenLinks noemen. De katholieken en protestanten stonden voortaan bekend als "confessionelen".

Een politieke ontwikkeling die de ontzuiling ook in gang zette, was de ruimte voor nieuwe politieke partijen om het strijdtoneel te betreden. Ze hoefden zich immers niet meer aan zuilen aan te passen. Het bekendste voorbeeld hiervan is D66, een sociaal-liberale partij die niet zozeer door een ideologie, maar door inhoudelijke partijstandpunten en idealen werd gedreven. Ook de bestaande partijen konden zich niet langer verschuilen achter hun ideologie ("u stemt op ons, want wij zijn de katholieken"). Het gevolg hiervan was dat de grootste partijen CDA (vanaf 1980), VVD en PvdA zich op inhoud probeerden te onderscheiden. Doordat hun ideologieën minder belangrijk waren geworden, kwam eigenlijk naar voren dat ze inhoudelijk niet eens zo radicaal veel van elkaar verschillen, in ieder geval niet zo groot dat samenwerking onmogelijk was. Omdat het Nederlandse politieke systeem er een van coalities is, was en is het niet tactisch om je in een verkiezingscampagne als partij  fel af te zetten tegen de rest. Je werd na de verkiezingen immers gestraft, omdat een samenwerking door grote verschillen niet mogelijk zou blijken. Daarnaast trekt een partij die geen regeringsverantwoordelijkheid kan en wil nemen weinig kiezers. In de jaren '70 en '80 schoven de grote partijen dus onbewust naar elkaar toe, naar het politieke midden. Hierdoor kwam er ruimte vrij op de "flanken". Zowel links (SP) als rechts (Centrumpartij, later de Centrumdemocraten van Janmaat) kwamen politieke bewegingen op.

Voor zover bovenstaande als positief kan worden beschouwd, had de ontzuiling ook een belangrijk negatief gevolg. Met het wegvallen van de zuilen, viel ook een stukje identiteit van het individu weg. Je wist niet altijd meer goed waar je nou bij hoorde. De grote politieke partijen schoven naar elkaar toen en leken een soort eenheidsworst te worden. Mensen wisten niet goed meer waar een partij nou precies voor stond. Flauwe verkiezingen, onbegrijpelijke regeerakkoorden, achterkamertjespolitiek en een hoop bureaucratische ambtenaren werd het beeld van de Nederlandse politiek. De binding met een politieke partij verminderde en hiermee vaak ook het vertrouwen. Sommige mensen schoven radicaal naar links of rechts. Anderen kregen het gevoel nergens meer bij te horen, niet gehoord te worden en hielden zich daarom afzijdig van de politiek. Deze groep groeide gestaag in de jaren '70, '80 en '90. Iemand die deze groep als electoraat zou weten te winnen, zou een groot kiezersmandaat achter zich krijgen. Het was slechts wachten tot de bom zou barsten.

Fortuyn

Ineens was het 2001 en was daar Pim Fortuyn. Voor velen een verrassing, maar hij was hét antwoord op de verborgen onvrede. Hij wist als geen ander de bron van kiezers die zich niet gehoord voelde aan te boren. De onderbuikgevoelens van tientallen jaren wantrouwen en ontevredenheid in de politiek en over de veranderde maatschappij vertaalde hij naar electoraat. Zijn stormachtige opkomst en het succes bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2002 veroorzaakten een politieke aardschok. Hij was ongrijpbaar voor zijn tegenstanders. Ze zetten hem neer als rechtsextremistisch en een racist. Fortuyn was niet neer te zetten, hij had geen partij en geen ideologie. Hij was niet links of rechts, hij had linkse argumenten voor rechtse standpunten en andersom. Hij was in staat heldere oplossingen te formuleren voor problemen die voor veel mensen in de Nederlandse maatschappij te lang onderbelicht waren gebleven. Hij maakte van politiek hapklare brokken. Met zijn dood vlak voor de verkiezingen van 2002 en het roemloos tenonder gaan van zijn LPF, verdwenen de onderbuikgevoelens weer in de ijskast.

Het politieke landschap was door Fortuyn in ieder geval opnieuw veranderd. Men sprak van "nieuwe politiek" en voorheen verklaarde taboes werden bespreekbaar. De geboorte van de zwevende kiezer was nu definitief een feit. De zwevende kiezer wordt niet gedreven door ideologie of een partijprogramma, maar door een aansprekende leider en vertrouwen en een partij en de toekomst die deze partij met het land voorheeft. Deze groep lijkt nog steeds te groeien. We beginnen dus steeds meer een democratie van poppetjes te worden en gaan hierin de VS achterna. Sinds Fortuyn lijkt de nieuwe trend het oprichten van een nieuwe politieke partij te zijn. Vele splinterpartijen (voornamelijk uit de LPF en VVD) hebben we afgelopen jaren al voorbij zien komen, tot nu toe is alleen die van Geert Wilders succesvol geweest. In mijn ogen gaat het hier om personen die in zichzelf allemaal een aansprekende leider zien die Nederland wel even gaat redden. Jan Peter Balkenende zou geen leider zijn, maar wie is het  naar de huidige maatstaven dan wel?

En nu?

De kiezer geeft 9 juni zijn stem aan een politieke partij. Een stem die niet langer zozeer rust op levensovertuiging, maar op het vertrouwen in de plannen die deze partij met Nederland heeft en het vertrouwen in de leider. Vooral door dit tweede aspect, zal het een stevige campagne worden om de gunst van de kiezer te krijgen. De kiezer die steeds vaker steeds later en minder overwogen beslist op wie hij gaat stemmen. Daardoor kan het politieke landschap na 9 juni wel eens hevig verdeeld raken. Staan we aan de vooravond van een unieke samenwerking of juist een politieke patstelling? Gaan we linksom of rechtsom? Vooruitgang of versplintering? U beslist!

Opties reactieweergave

Kies uw favoriete manier om reacties weer te geven en klik op "opslaan" om uw veranderingen te activeren.
17 april, 2010 - 19:26 | (permalink) Re: Nederland als versplinterde eenheidsworst: zijn we ... (Score:1)